“G.I. want boomboom?”
De Amerikaanse G.I. lustte wel pap van Miss Saigon’s ‘boomboom’.
Vietnam, 1975. Een lichtzinnige liefde, ontstaan in een mottig bordeel in downtown Saigon ontpopt zich al snel tot true love. Wie kent niet het bekende, met JoopvandenEnde-saus overgoten verhaal van het Vietnamese hoertje en de Amerikaanse Jan Soldaat. Maar wist je ook waarom die Amerikaanse marinier zijn Saigonese liefde niet uit zijn kop kon zetten?
De liefde van de man gaat blijkbaar nog altijd door de maag. Wat Joop het Nederlandse publiek onthield maar wat wij gisteren ontdekten, was dat het toch vooral Miss Saigon’s boemboe’s (kruidenmengsels) waren en niet haar ‘boomboom’ die Mister Soldaat het hoofd op hol joegen.
We lopen binnen bij Little V naar de gelijknamige Vietnamese wijk in het 13e arrondissement van Parijs. Little V is een pas geopende Vietnamees nieuwe stijl, in het Haagse Chinatown. Geen kraam met tl-licht en druipende loempia’s die via doorgeefluik anoniem aan snackend Nederland worden aangegeven, maar een strakke en stijlvolle verademing, ingericht door eigenaar Tan.
Meet Tan: prototype masculinaire man. Kwam op zijn vierde met een bootje als Vietnamese vluchteling naar Nederland. Besloot na zijn studie werktuigbouw dapper zijn carrière bij KPN aan de wilgen te hangen en het loempia-juk voor eens en voor altijd van zijn geboorteland af te schudden.
‘Vet Jam’, die Vietnamese loempia met sambal, vinden wij in Nederland. Tenenkrommend, vindt Tan deze interpretatie van zijn keuken. Qua culi-quatsch is het hier misschien nog niet zo bedroevend als in Amerika, waar ze ten eerste beweren de pizza te hebben uitgevonden en vervolgens Pizza Hawaï (!) bedenken. Een schande voor de Italiaanse keuken. Nog even en dan komt de hotdog ineens uit Vietnam omdat ze daar hondjes eten. Hoog tijd voor een lesje Vietnamees eten dus, al opgestart door Miss Blossom eerder deze week.
“Zijn er dieren die vanwege geloofs- of andere overtuiging niet gegeten worden in Vietnam?” vragen wij. “We eten alles waar poten en vleugels aanzitten”, lacht Tan. “En men eet de hele dag door en dan met name op de straat” Zijn tafels van sloophout en zwartglanzende betonvloer zijn hier dan ook op geïnspireerd.
Geurend en kleurend vertelt Tan ons over de Vietnamese keuken. Minder vet dan buur China en milder dan buur Thailand. Verfijnder grâce à koloniaal heerser Frankrijk. Droger, subtieler. Met gebruik van veel rauwkost, vissaus en frisse smaakmakers als munt, koriander en citroengras. Het kwijl drupt uit onze mond op de stylie sloophouttafel als Tan vertelt over zijn gekarameliseerde zeebaars met suiker en citroen, gestoomde dorade met boemboe van fijne kruiden in bananenblad, kleurrijke papayasalades en knapperige rijstenvelpakketjes van gemarineerd vlees en verse groenten.
Vietnam, wij lusten er ook wel pap van!




























