Barbaarknoei

Ja man, je leest het goed. Jullie mannen hebben de barbecue gedegradeerd tot barbaar-knoei. Meer kunnen we er niet van maken. De barbaarknoei –voorheen barbecue- is de vleesgeworden mannelijkheid. Geen kwaliteit maar kwantiteit. Scoren, snel en makkelijk. Nou, wij gaan nu ook makkelijk scoren. Met alle cliché’s die er over mannen en barbecuen bestaan. We zijn het namelijk zat om altijd maar de hete kooltjes uit het vuur te halen voor die mannen!
Voor mannen is de barbecue hét excuus om heel veel vlees te kunnen eten en om legitiem fikkie te kunnen stoken. In het Overtoomse tuintje van Miss Spice wordt in de zomer veelvuldig gebarbecued. Opvallend is de gretige aanwezigheid van mannelijke vrienden. Zodra ze uitgenodigd worden zie je de glinstering van vlammende kooltjes in hun ogen en boven hun hoofd danst een tekstballon die in kapitalen roept: “VLEUSS!” De vrouwen (lees: Ginger en Spice) staan in de keuken uren lang van alles voor te bereiden en te marineren: forel gewikkeld in dungesneden courgette, maiskolven met sinaasappel-mosterd boter, vispakketjes in bananenblad met een pikante boemboe van tamarinde, rode pepertjes en djeroek peroet, lamskoteletjes gemarineerd in citroen, knoflook en ansjovis, groentespiesjes in rode pepermarinade etcetera.
Intussen gebeurt er helemaal niets in de tuin. De mannen zijn in vergadering! Een ieder legt met overredingskracht van een orator zijn theorie over het aansteken van de kolen op de Weber uit: terwijl de een overtuigd is dat je het met zak en al moet doen, heeft de ander het over wappertechnieken: er zijn er die zweren bij de bijlage van het Parool, terwijl de ander dit alles met de waaier als beste aanmaakhout wegwuift. Degene met de meeste overtuigingskracht mag het vuur aansteken. De andere mannen kijken kritisch toe. Even is het stil. Voor vijf minuten.
Zodra het vuur gereed is, schreeuwen ze om vlees. Het maakt niet uit of het nu uitgemarineerd is of niet. Er moet nú vlees op de barbecue, want nu is het vuur goed. In rap tempo wordt alles wat maar op vlees lijkt op de barbecue geflikkerd (zelfs voor een verdwaalde Valess-burger die nog in de make-up marinade zat is geen pardon). In no-time zit je achter een bord met een berg dampend vlees. Kippenpoten, zwart van buiten, roze van binnen. En saus. Veel calvé-saus. De mannen vallen hun bord aan en heel even waan je je weer in de oertijd. Barbaren zijn het. De gloeiende barbecue wordt totaal vergeten. “Euh, er zijn ook nog maïskolven, groentespiezen, courgette en champignons?” Er wordt gegromd. Vrij vertaald: “niet storen a.u.b”.
De uren voorbereiding zijn in vijf minuten teniet gedaan. Zij voldaan, maar wij niet. Mannen! Jullie willen zo graag de keuken claimen? Dan claimen wij de barbecue terug! Terug ja, je leest het goed. Wij waren het, die in de prehistorie over het vuur waakten! Waar denk je anders dat de Vestaalse maagden vandaan komen?

























