Noten
Voor
Gevulde sardines
Hoofd
Lamsracks in kruidenkorst met een salade van meiraap en pecannoten
Na
Chocolade hazelnootcakeje
Gentlemen...claim your kitchen!And the winner is... Drank & de man
Na rijp beraad is door de wedstrijdjury een duidelijke winnaar aangewezen. Degene die zich mag verheugen op een uniek naslagwerk op het gebied van de Schotse single malt whisky met daarin een voorwoord van de auteur heeft in onze ogen humor treffend gecombineerd met vakkennis. Wij hebben goede hoop dat de winnaar gewapend met de feitenkennis uit Brilleman’s boek zich (nog nadrukkelijker) kan profileren in de keuken. Alex Hoogeveen, van harte gefeliciteerd! Kom je prijs maar claimen: stuur een email naar info@cheffen.nl en geef daarin je adresgegevens door. Wij zorgen dat het boek zo snel mogelijk jouw kant op komt. Slainthe! Prijsvraag: Win Brilleman's Whiskyboek!! Drank & de man
Wil jij door de marketingwolk prikken die het Schotse levenswater steeds nadrukkelijker omhult? Wil jij indruk maken op je vrienden wanneer je een rokerige Islay malt inschenkt bij de open haard? Heb jij een onverzadigbare hunkering naar culinaire feiten en weetjes? Wie altijd al prangende vragen had over de herkomst van smaakverschillen in Schotse maltwhisky moet nu goed opletten... Zoals ik van de zomer schreef, heeft whiskykenner Robin Brilleman een absolute 'must have' geschreven voor de masculinaire whiskygenieter. In het boek "De chemie van Schotse maltwhisky" beschrijft Robin de achtergrond, herkomst en totstandkoming van smaakverschillen in Schotse maltwhisky. Feit en fictie worden genadeloos gescheiden. Het boek wordt gepresenteerd tijdens het Pot Still festival in Amersfoort (3 oktober a.s.). Cheffen-lezers maken echter nu al kans op een gesigneerd exemplaar. Om dit naslagwerk te bemachtigen, dien je hieronder de volgende slagzin af te maken: De meest originele inzending wordt beloond met een gesigneerd exemplaar. Grappa!
Zoals ik al eerder berichtte, verbracht ik deze zomer een deel van mijn vakantie in het noorden van Italië. Piemonte om precies te zijn. In het deelgebied Langhe kun je als masculinair levensgenieter je hart ophalen. Truffels, wilde zwijnen, dikke wijnen, romige kazen, heerlijke hazelnoten en machtige dolce. Sinds zo’n dertig jaar mag je aan dat rijtje ook grappa toevoegen. “Grappa? Van dat muffige bleke spul dat een (welkom) gaatje in je maag brandt na te copieus dineren..., toch?” Laat het ze bij de Marolo’s in Alba niet horen! Want vlakbij dat stadje (ook wel bekend van de Ferrerofabriek) werd in 1977 de Distilleria Santa Teresa dei Fratelli Marolo opgericht. Geestesvader en meester-distillateur Paolo Marolo kreeg als docent aan de beroemde Alba - Academie voor oenologie de droom om kwaliteitsgrappa uit Piemonte te produceren. Artisanale grappa welteverstaan. In tegenstelling tot zijn industriële tegenhanger wordt dit distillaat uit de schil en pit van de druif enkel tussen september en december gemaakt. Toen ik van de zomer nieuwsgierig kwam rondneuzen was het dus angstvallig stil rondom de distilleerderij. Nou was ik dit wel gewend uit de whiskywereld, alwaar de zomer vaak als ‘silent season’ fungeert voor het plegen van het nodige technische onderhoud aan de distilleerderij. Maar bij Marolo kun je beter spreken van een ‘busy quarter’. Het is puur een kwestie van het volgen van de wijnkalender.
Bij Marolo rekenden ze zichtbaar niet op zomerse bezoekers. Na enig aandringen in mijn minst slechte Italiaans worden Mr and Mrs Liquor toch toegelaten tot de distilleerderij. In een soort gebroken Itanglicaans krijg ik te horen hoe Paolo Marolo als één van de eersten de 'Mono Vitigno' grappa's (grappa gestookt uit één enkele druivensoort) produceerde. En waarvan anders dan van de wereldberoemde Piemonteese druivensoorten?! De Nebbiolodruiven vormen de basis voor Marolo’s kroonjuwelen (Grappa di Barolo) in het assortiment. Verder biedt Marolo ook grappa van Dolcetto en minder courante druiven zoals de Arneis, Brachetto en de Pelaverga. In lijn met het oogstseizoen begint Marolo in september met de Moscato, om door te schakelen naar de Dolcetto in oktober en november terwijl het slotakkoord voor de Nebbiolo is. Net als bij whisky wordt de oudere grappa bij Marolo gelagerd op houten vaten. Na verloop van tijd geeft het hout kleur aan het distillaat. Zeker de lang gelagerde Nebbiolo grappa’s kunnen je donkeramber toefonkelen. Anders dan bij whisky verwisselt dit soort grappa veelvuldig van vat gedurende de lagerperiode en blijft het zeker bij de oudere grappa's niet alleen beperkt tot eikenhouten vaten. Sinds een paar jaar worden sommige grappa’s bij Marolo opgevoed in 'barriques'. Serieus kijkend wijst onze gids naar de verzegelde ruimte waar het kostbare vocht ligt te rijpen. De toegang tot het heilige der heiligen wordt gecontroleerd van staatswegen en biedt de consument de zekerheid dat er niet is gesjoemeld met de opgegeven leeftijd van de grappa.
In de productieruimte valt de kleinschaligheid van de distilleerderij op. Kleine ketels en kolommen met afgewisseld koperen en rvs onderdelen. De wijze van distilleren verschilt echter niet zo veel van de gemiddelde whisky- of jeneverstokerij. Een onderscheidend detail bij Marolo is de wijze van verhitten. Om te voorkomen dat de resten van pitten en schillen gaan aanbranden in de ketel wordt de hele boel ‘au bain marie’ verwarmd. Uiteindelijk gebruikt Marolo 100 kg schillen en pitten voor ongeveer 8 liter grappa... Net als bij jenever kan de grappa iets worden aangezoet met suiker tijdens het productieproces.
Na een krap uur kijken, wijzen en over en weer praten met handen en voeten komen we toe aan het aangenaamste onderdeel: ruiken en proeven. De behoorlijk rappe vogelvlucht door het assortiment begint met enkele kleurloze (niet gelagerde) expressies, Grappe di Arneis, Moscato en Barbaresco. Arneis is strakker en droger maar bevat evengoed gedroogd fruit en licht geparfumeerde tonen die in de Barbaresco het duidelijkst naar voren komen. M’n smaakpapillen zijn weer gewend aan het alcoholpercentage en klaar voor de oudere broertjes uit het rek. De 5-jaar oude goudkleurige Moscato (42% vol) heeft een mooie donkergouden kleur met een aangename neus van fruit en verrassend frisse venkel. De smaak verraadt onmiskenbaar de voormalige huisvesting van deze zachte grappa: vanille van het eikenvat.
Terwijl ik nog nasmakkend alle smaken van de mondvullende Moscato probeer te duiden, worden de 9-jaar, 15-jaar en 20-jaar oude Grappa di Barolo alweer ingeschonken. Stuk voor stuk, heerlijk intense grappa’s die associaties oproepen met complexe whisky, cognac, maar zeker ook Barolowijn. Weldadige geuren van frisse most en rozijnencake bereiden mij voor op diepe en robuuste smaken van cacao, noten, leer en aangename tannines. Het is redelijk zeldzaam hoe lang de smaak van de 20-jaar oude Grappa di Barolo zich blijft ontwikkelen in mijn mond. De daaropvolgende glimlach lijkt permanent in mijn gezicht gegriefd tot het moment dat ik weer naar buiten sta en de prikkelende middagzon mij ruw op de feiten drukt. Met een krat van het wonderspul en een licht hoofd stap ik naast Mrs Liquor in de auto. Op weg naar meer wijn, brood, kaas en... Nutella. Grappa van Marolo kun je krijgen bij de beter gesorteerde slijterij. Camping on the rocks Drank & de man
Slecht geslapen en veel te vroeg opgestaan om de tolwegen af te jakkeren met een scherp oog op je gemiddelde snelheid. Degene naast je en de eventuele 'back-benchers' met zo min mogelijk stops proberen tevreden te houden en tussendoor zo goedkoop mogelijk tanken. Eenmaal aangekomen met je brakke schedel de klamme (want vorige keer vochtig opgevouwen) tent opzetten in hopelijk relatieve harmonie. Vervolgens op zoek naar de plaatselijke hypermarkt om veel te veel beperkt houdbare spullen in te slaan en vervolgens je Weber op te starten. Terwijl je de instructies van Miss Health nog eens probeert voor de geest te halen over ziektevrij barbecueën, zak je lekker onderuit met je melkflessen in de avondzon. "This is the life...!" Een half uur en redelijke rookontwikkeling met oorstrelend gesis verder kun je je samen met je dierbaren laven aan kundig geschroeid vlees, stokbrood en een simpele salade. Daar past dus rood, wit of rosé bij... of zelfs bier... maar geen gedistilleerd. Of toch wel? Het zal geen verrassing zijn, maar wat mij betreft zijn er opties te over. Naast alle masculinair verantwoorde cocktails, pleeg ik graag een ijsblokje in m’n whisky te leggen. Natuurlijk zorgt het ijs ervoor dat niet alle smaken zich kunnen ontplooien en kenners spreken er wellicht schande van, maar een fruitige of peperige whisky kan dit in mijn ogen prima verdragen. Zo vind ik de doodgewone Chivas 12yo ‘on the rocks’ een prima inhoud voor de bekerhouder van mijn campingstoel. Maar ook een Springbank of zelfs de pittige Talisker onderwerp ik soms aan een ijzige behandeling. Bruichladdich heeft er zelfs een aparte Single Malt voor ontwikkeld! ‘t Geeft vaak net even die wat meer verfrissende kick die je zoekt na een dag lang UV-stralinghappen. Voor frisse zomerse desserts kun je trouwens ook heel goed experimenteren met whisky. Chef Anirudh Arora van het Indiase restaurant ‘Moti Mahal’ in Londen kwam met het volgende recept voor een heerlijk zomers sorbet: Slainthe! Terug van de camping Drank & de man
Samen met Mrs Liquor in Piemonte, Liguria en de Hautes Alpes gekampeerd.... heerlijk! Met meer dan 70 flessen wijn, enkele liters grappa (nog bedankt voor de richtlijnen op je site Cuno!), stapeltje lokale kazen en worsten zijn we zongebruind en met de nodige autopech weer veilig in dit regenachtige land aangekomen. Geinspireerd door mijn hoofdzakelijk culinaire vakantie zal ik de komende weken hier mijn ansichtjes posten over wat je zoal met ondermaatse barolo kunt doen, hoe je grappa 'au bain marie' kunt bereiden, wat die Fransen toch zien in die rare anijsdrank en nog veel meer zomerse liquor lol. Slainthe! Nabrander Drank & de man
Ik kom deze week even terug op het element van vorige week: vuur. Vuur en whisky hebben namelijk alles met elkaar te maken. En dan heb ik het niet over het genieten van een goede dram en een lekkere sigaar. Neem alleen al het principe van distillatie: gebruikmaking van verschil in kookpunten. Dit vergt verhitting en daarmee... vuur. Maar ook de bewerking van de grondstoffen van whisky ontsnappen niet aan de vlammen. Toegegeven, vroeger veel meer dan nu, maar het eesten (drogen van de gerstemout) gebeurt in sommige gevallen door het stoken van turf. Tot slot is er nog de vlam in het vat. Whiskyvaten worden gemaakt van eikenhout die vanbinnen zijn geschroeid om de gewenste interactie met hout en vloeistof te laten plaatsvinden. De vatlagering bepaalt in grote mate het eindresultaat van de drank. Even korte toelichting per vurig puntje. Distillatie Turfrook
Geschroeide vaten Ierse warmte Slainthe! Whisky Special: Braniac Brilleman Drank & de man
Onrustig stiefelt hij naar het proeflokaal en terug. Met vertrouwd hese stem roept Robin mij toe dat hij normaal gesproken op maandagavond het alleenrecht heeft op de ruimte beneden het café. Bij wijze van uitzondering is er nu echter een bierproeverij aan de gang. De bierproeverij loopt uit en het maakt hem zenuwachtig. Robin houdt niet van laatkomers of afzeggers; zijn credo is ‘afspraak is afspraak’. Privéonderwijs
Robin Brilleman is van huis uit vinoloog, bierliefhebber en liquorist maar vooral whiskykenner. Zijn andere hobby, schrijven, is een opmerkelijke want hij is “zo dyslectisch als de neten”. Hij doet het schrijven er weliswaar naast, maar Robin schept er veel genoegen in om liefhebbers een kijkje te geven achter de (zorgvuldig opgetrokken) schermen van de Single Malts. Hij werd in 1995 gegrepen door het virus toen hij werkzaam in café Wildeman een 12 jaar oude Bushmills kreeg aangeboden door een van de stamgasten. Via de honingheide tonen van Dalwhinnie en de lichtkruidige Oban kwam hij diezelfde avond nog terecht bij de rokerige Lagavulin... Inmiddels gaat er geen dag voorbij dat hij niet met whisky bezig is. Vanavond gaan we echter een heel ander rijtje af. Zorgvuldig verklaart Robin per aromagroep hoe deze uiteindelijk in een van m’n tien(!) whiskyglazen terecht is gekomen en nodigt mij uit om de verschillen te herkennen. Via onder andere de Longmorn 1992, 46%, Ultimate Selection waarin met name de smaak van mango en ijzer naar voren komt, belanden we bij een Bowmore 1994, 57,8%, James McArthur’s waarin ik de aroma van zwarte bessen en kattenpis kan ontwaren. Ook de vlezig kruidige aroma’s van de Mortlach 1991, 16 yrs, 57,5%, Adelphi Selection zijn duidelijk waarneembaar. De Rosebank 1990, 15 yrs, 61,1% vormt uiteindelijk een scherp, droog en lijmachtig slotakkoord. Dyslectische MythBuster
Robin signaleert wanneer distilleerders met droge ogen beweren hoe door viervoudige distillatie de smaak wordt geconcentreerd. Hij komt met verklaringen wanneer de distillateur zelf niet eens in staat is uit te leggen hoe op een goed moment een zeep- of bloemetjessmaak in zijn whisky is gekomen. Hij ontzenuwt de veelgehoorde claim dat een ziltige sensatie in whisky wordt veroorzaakt doordat sommige vaten hebben gerijpt in de Schotse zeelucht. De basis voor zijn verklaringen is kennis, analyse en gezond boerenverstand met niet in de laatste plaats passie voor whisky en haar land van herkomst. Schrijvende stagiair
Later kreeg Robin de mogelijkheid geboden om stage te lopen bij drie distilleerderijen: Balvenie/Glenfiddich, Ardbeg en Bowmore. Hierdoor kreeg hij een unieke kijk in de keuken en maakte hij het hele proces van dichtbij mee, van het mouten tot het afvullen van de flessen. Tijdens een van deze stages repte een distillery manager over een aroma dat later zijn oorsprong bleek te hebben in boterzuur. Deze opmerking kietelde de ‘Braniac’ in Robin. Maar toen hij verder in deze materie wilde duiken, bleek er bar weinig gepubliceerd. Via een academisch artikel ontvlamde zijn latente liefde voor de logica van de chemie. Weten is winnen Wodka War Drank & de man
Het menu van deze week bevat een soepvariatie op de cocktailklassieker ‘Bloody Mary’. Aan de basis van deze rode rakker staan tomatensap en wodka. Omdat Miss Green jullie beter kan bijpraten over de ins en outs van de tomaat, zal ik het hier houden bij het laatstgenoemde bestandsdeel uit de mix. Wat typeert een goede wodka eigenlijk? Uitvinders en grootverbruikers zijn het er over eens: wodka moet kleurloos en geurloos zijn. Naast bijna pure alcohol wordt water gebruikt om de drank op drinksterkte te krijgen. De drank gaat in grote tanks met houtskool om alle inpuriteiten eruit te filteren. Tja, het is maar waar je van houdt. Immers, een robuuste whisk(e)y, boersige Armagnac of een verfijnde Cognac ontlenen voor een groot deel hun smaak aan diezelfde inpuriteiten. Maar zeg nooit tegen een Rus dat ‘ie een glas aangelengde ethylalcohol naar binnen tikt! Vorig jaar stemde het Europese Parlement - onder druk van producerende landen als Finland, Polen en Zweden – in met het voorstel dat de term ‘wodka’ alleen nog maar mocht prijken op flessen kleurloze alcoholische drank bereid uit graan of aardappel. De hele toestand had al voor langere tijd tot felle discussies geleid met producenten van wodka op basis van vruchten, maïs, suikerbieten of zelfs gras. Voornaamste tegenargument van de “exotische” producenten: wodka wordt gedistilleerd tot 94% vol waardoor je de grondstof niet meer kunt proeven in het eindresultaat. Toch meende de EU dat nieuwe regels nodig waren om de kwaliteit en de geografische herkomst te waarborgen. Het resultaat was een pragmatische oplossing van de Commissie. Traditionele wodka wordt gemaakt van aardappels en graan en mag ‘wodka’ heten. Alle andere varianten moeten ‘wodka gemaakt van...’ op hun etiket vermelden. En hoewel gevreesd werd voor een handelsoorlog, blijken de gevolgen van deze etiketteringbeslissing vooralsnog mee te vallen. Ook al doet de naam anders vermoeden, de Bloody Mary is in ieder geval buiten schot gebleven. De puristen zullen zich gewapend met Russische of Poolse wodka storten op een klassieke bereiding van de cocktail. Voor wie sowieso maling heeft aan de hele discussie maar graag eens wil experimenteren achter de bar, kijk ook eens hier. BitterzoetHet mag bekend zijn, kruiden en drank gaan goed samen. In tegenstelling tot whisky of wodka wordt voor talloze sterke dranken gebruikgemaakt van aromastoffen om smaak te geven aan de vaak neutrale basisalcohol. Natuurlijke en natuuridentieke aromastoffen kunnen tijdens de distillatie worden meegedistilleerd in de ketel, maar voor een sterker smaakeffect valt men terug op een manier die nog het meeste lijkt op het zetten van een kopje thee of koffie: extraheren. Deze techniek wordt veel toegepast voor producten waar Nederland wereldwijd bekend om staat: likeuren en bitters. Aansprekende namen als ‘Hemdje Licht Op’, ‘Naveltje Bloot’ en ‘Pruimpje Prik In’, maar ook Beerenburg en Claerkampster hadden niet bestaan zonder de kunst van het extraheren.
Door een samenstelling van smaakstoffen zoals vruchten, zaden, schillen, kruiden, wortels in gedroogde vorm toe te voegen aan alcohol van tenminste 60% vol. en vervolgens wekenlang te laten trekken, ontstaat een gearomatiseerde en gekleurde alcohol. Deze wordt uiteindelijk afgetapt en gezeefd en naar smaak aangelengd met water en alcohol. Vooral voor bitters wordt de alcohol tijdens het trekken verwarmd tot 70 graden Celcius – hierdoor wordt namelijk extra kleur en geur afgegeven. Nogging on heaven's door Drank & de man
Het duurde even, maar ook Mr Liquor heeft na enige afwezigheid weer eens een digitaal ei gelegd. Waarover laat zich raden: levenswater. Het ei en whisky gaan immers prima samen in talloze gerechten. Maar juist in vloeibare vormen de twee een hemels duo in de Eggnog. MK2 en 3 opgelet: dit (na)gerecht is niet geschikt voor Atkins-adepten die nog voor de zomer willen transformeren van knuffelbeer naar Schiesser-bilboard-sixpack-hunk! Eggnog is een drank die vooral in Amerika veel wordt gedronken, maar z'n oorsprong kent in Europa. Het wordt veel met de feestdagen gedronken. Voor wikifans kijk hier voor meer uitleg over de historie van het spulletje. De eggnog is er in allerlei samenstellingen met evenzoveel bereidingswijzen. Met of zonder alcohol, met of zonder room, met of zonder nootmuskaat of vanille etc. Onderstaand recept doet het meest recht aan mijn titel op dit forum... Ingredienten: Bereidingswijze: Van Pisco en kabeljauwse twisten Drank & de man
Dat het soms niet allemaal koek en ei is in Zuid-Amerika moge duidelijk zijn. Landen die elkaar binnenvallen, openlijk ruziën over welke supermacht ze aanhangen en elkaar’s leiders voor de rechtbank dagen. Maar dat de Zuid-Amerikanen de kunst van het feesten verstaan als geen ander moge minstens zo duidelijk zijn. Pisco verenigt beide karakteristieken van dit continent. Ditmaal waag ik mij in het territorium van Mr Beverage: druivenland. Muskaatdruivenland om precies te zijn. Peru en buurland Chili maken namelijk van de muskaatdruif een brandy die kleurloos tot hooguit bleekgeel aandoet. Dit wijndistillaat heet ‘pisco’, naar de Peruviaanse Pisco-vallei. En laat dit spulletje nou net inzet zijn voor onderlinge spanningen tussen Chili en Peru. U raadt het al; Peru wil een appellation voor de in hun ogen enige echte pisco die alleen maar op traditionele wijze wordt bereid in en rondom de gelijknamige vallei. De Chilenen op hun beurt betogen dat het hier gaat om een soort drank die zij natuurlijk minstens zo goed kunnen maken als hun verwaande buren. Wiki maar eens op dit onderwerp en je zult zien dat dit geschil diep geworteld zit. Over een ding zijn de Peruvianen en Chilenen het echter eens: pisco is lekker! Authentiek of niet, de pisco wordt doorgaans in pisco sours gedronken. Dit zitzure drankje is de brandstof voor menig tropisch feestje. De exacte samenstelling van pisco sour is overigens weer een discussiepunt op zich, want Peruvianen drinken ‘m met limoensap terwijl de Chilenen zweren bij citroensap. Je ziet ook vaak dat er een bitter (zoals Angostura) aan wordt toegevoegd. De volgende ingrediënten gaan sowieso in een pisco sour: pisco, ijs, eiwit, sap van limoen/citroen, suiker(siroop). Ik waag me niet aan het verstrekken van een zaligmakend recept; ik zou beide landen graag nog eens bezoeken namelijk. Google maar op ‘pisco sour’ en bepaal je eigen voorkeur. Ik weet trouwens niet of deze tussen de 10 dranken stond die je als echte man zonder te blozen kan bestellen aan de bar. Anders kun je ‘m altijd nog heimelijk thuis maken... Pisco moet je kunnen vinden bij de beter gesorteerde slijter. Appeltje voor de worst Drank & de man
Worst en whisky, je zou toch haast zeggen “het een nog mannelijker dan het ander, inspiratie te over dus!”. En toch kon ik mijn muze deze week makkelijker vinden dan een fles Ardbeg 1977 bij een gemiddelde slijter. Uiteindelijk ben ik uitgekomen bij appels.
Ik had het deze week kunnen hebben over de populariteit van de worst in Schotland. Met name worst van varkensvlees wordt in grote hoeveelheden geconsumeerd door dit onverschrokken volk. En ik moet zeggen, de gemiddelde Schot neemt genoegen met worst van inferieure kwaliteit. Het moment van de dag lijkt er minder toe te doen trouwens. Bij het ontbijt worden de ‘sausages’ moeiteloos verorberd met roerei, spek, champignons, bonen, gebakken aardappels, toast en wat dies meer zij. Bij de lunch wordt de worst ongegeneerd verwerkt in allerlei soorten ‘pastry’ en als tussendoortjes wordt er altijd wel weer een andere toepassing (lees excuus) verzonnen. Google maar eens op ‘scotch egg’ en je aderen raken bijkans dichtgeslibd alleen al bij het lezen van het receptuur. Ik vind het culinair allemaal vaak minder geslaagd en moest dus noodgedwongen op zoek naar een andere invalshoek.
Ik had ook kunnen vertellen over welke whisky lekker smaakt bij worstgerechten. Maar eerlijk gezegd, vind ik dit nogal persoons- en momentgebonden. Je kunt voor begeleiding van een en dezelfde droge worst op zoek gaan naar een kruidige speyside whisky zoals Cragganmore, maar ik heb er net zo lief een meer fruitige Glen Rothes bij. De lijst zou eindeloos zijn. "Nee, dan maar iets over de herkomst van vleesachtige aroma’s in bepaalde type whisky." Een diepgravend relaas over zwavelverbindingen die ontstaan tijdens de vergisting, wellicht? Te academisch en bovendien niet direct verbonden met het thema 'worst'. Ik raad geinteresseerden trouwens van harte aan de fantastische whiskycursus van Robin Brilleman te volgen. Ach, waarom ook moeilijk doen als het makkelijk kan?! De naam was al een paar keer gevallen in andere posts.... Calvados! Dit goedje wordt gemaakt in Normandie en Bretagne en past prima bij het thema van de week. Basis voor de Calvados is cider (licht vergiste drank van 5 a 6% vol) van fijngemalen appels en heel soms peren. De kwaliteit van Calvados hangt voor een groot deel af van de gebruikte appelrassen. Er zijn er ruim 200 die meer of minder geschikt zijn voor de cider. Na twee keer distilleren gaat het vruchtendistillaat op fusten van ciderhout, eikenhout (zelfde soort als voor Cognac) of soms kastanjehout. Bij de Calvados kun je de lagertijd herleiden aan de info op het halsetiket. Check op: Calvados is heerlijk als friszoete eetlustopwekkende begeleider van een lekker worstje zoals de Boudin Noir van Mr Meat. Maar ook bij een nagerecht als de clafoutis van appel staat de Calvados zijn mannetje. En als je ‘m gedurende het hele weekmenu doordrinkt, krijg je zelfs inspiratie om te schrijven... Er gaat niks boven whisky Drank & de man
Voor al diegenen die in november niet naar Leiden konden gaan, volgt aan De derde editie van het Whisky Festival Noord Nederland wordt niet zoals voorgaande edities in de Martinihal gehouden, maar in de Der Aa-kerk in het hartje van Groningen. Data en tijdstippen zijn officieel vastgesteld:
Aangezien de nieuwe locatie kleiner is dan de vorige, zal het aantal bezoekers per sessie gemaximeerd worden tot 600. Er is veel animo, dus wees er snel bij! Per sessie zal 1 master class gehouden worden.
De entreeprijs is 25 euro per persoon. Een passe partout voor alle sessies kost 75 euro. Voor meer informatie check www.wfnn.nl. Kiepers of de Kweek Drank & de man
In het hartje van de Schotse Highlands stiefelen een voor een de gasten binnen in het statige Blair Castle. Deze gasten behoren tot stuk voor stuk tot de meest invloedrijke mensen uit de whiskywereld. Ze worden begroet door de ‘Fear an Tigh’ (vrijvertaald gastheer) met (wilde) zalm en whisky. Onderwijl marcheert het regiment van de Atholl Highlanders, Europa’s enige legale privé-leger, statig over het landgoed van Blair Castle. De in kilt gehulde soldaten zijn in dienst van de Duke of Atholl en waken met veel ceremonieel over de veiligheid van gast, kasteel en landgoed.
Oude en nieuwe vrienden vinden elkaar in het sfeervolle kasteel en wisselen nieuwtjes en hartelijkheden uit. Wanneer het feestelijk banket wordt geopend, luiden de Atholl Highlanders de ‘Haggis’ in met spel op hun doedelzakken. De ‘Fear an Tigh’ spreekt de aanwezigen toe met de woorden van Schotland’s grootste dichter en notoire rokkenjager, Robert Burns, om te besluiten met diens wijze woorden: “But, if ye wish her grateful prayer, Gie her a Haggis!”. Dit alles vindt plaats onder de goedkeurende blik van de grand Master, ofwel voorzitter van de “Keepers of the Quaich”. Onze eigen Europese waakhond Smit-Kroes hoeft haar mand niet uit voor deze bijeenkomst. En ook Tom Cruise hoeft zich geen zorgen te maken over zielwinnende concurrentie voor zijn Scientologyproject. De Keepers vormen geen Schotse sekte en komen niet samen om geheime prijsafspraken te maken. Nee, deze groep erkent die mensen die zich hebben ingezet voor de promotie van het Schotse levenswater. Het feestelijk banket is dan ook ter inauguratie van de nieuwe leden.
De naam ‘Quaich’ (spreek uit als ‘kweek’) komt uit het Gaelic. De quaich is een platte kom waaruit whisky wordt gedronken, heeft twee oren en moet dus met twee handen worden vastgehouden. Het idee daarachter is dat in het oude Schotland veel Bravehearts met dolken en messen in hun sokken rondliepen. Door een kom te maken die met twee handen moest worden vastgehouden, had de drinker in kwestie geen handen meer vrij om naar zijn sok te grijpen. Iemand die dus een quaich met één hand vasthield, had niet veel goeds in de zin. Inmiddels kent de Keepers of the Quaich meer dan 1.600 leden uit 75 verschillende landen. Hieronder zijn ook de nodige Nederlanders. Je kunt trouwens alleen lid worden op voordracht door andere leden. Verder moet je je minimaal vijf jaar hebben ingezet voor Scotch whisky. “Wild” zijn is geen offcieel toelatingscriterium... Baby I Like it Raw!
Bij rauw kun je denken aan ongepolijst, heftig, schrapend, geen opsmuk, confronterend. Maar dan... rauwe vis... het is wennen (jazeker Miss Blossom), maar de eerdergenoemde kwalificaties voeren mij in ieder geval te ver. Sterker nog, rauwe vis kan werkelijk verfijnd en subtiel zijn. Alleen al het alcoholgehalte van een whisky zou een dergelijk delicate beleving geweld aan kunnen doen. Neem echter de juiste fles en je versterkt de smaaksensaties. Zoals Mr Bev al aanstipte: het gaat om de gewenste balans. Ik verzeker u, trouwe levensgenietende lezers, een zilte Oban gecombineerd met fijngesneden zalm is niet te versmaden - en wat mij betreft voert noch de vis noch het levenswater de boventoon in deze combinatie. Echt hemels is een stuk traditioneel gerookte wilde zalm (zowel koud als normaal gerookt) in combinatie met een Lagavulin 16 yo (ok, nicht ganz roh). Maar ook een 100%NL-proof combi van eerlijk roggebrood geflankeerd door haring uit de hand en een oude ambachtelijke jenever vormen ”simpele” maar werkelijke geneugtes des levens. Bij rauw en whisky denk ik zelf ook aan zogenaamde 'raw cask whisky'. Dit type whisky wordt vaak geleverd door onafhankelijke bottelaars die individuele vaten selecteren van whiskydistilleerderijen. Deze selectie gebeurt vaak door gespecialiseerde vaklieden die de opslagruimtes van de Obans, Lagavulins en Glenlivets afstruinen om de meest interessante vaten te selecteren. In het geval van 'raw cask' wordt de whisky uit deze vaten zonder verdunning, kunstmatige kleuring (met karamel) of koude filtratie (tegen "wolkjes" in de drank) gebotteld. Zo wordt bij deze methode de whisky enkel door een klein filter gehaald en komen de smaken van het vat in de fles terecht. Ik weet het, het is niet übercourant spul, maar probeer eens uit te kijken naar een fles van Robin Tucek, de man achter ‘Blackadder’-bottelingen maar ook ‘Clydesdale’. Vreest niet, je hoeft niet te kauwen op splinters uit het vat, maar al het goeds van het hout is wel zichtbaar vertegenwoordigd in deze nectar. Laat het sediment of de troebele textuur je niet afschrikken: dit is rauwe whisky voor mannen! Slainthe
Redbreastje tikt tegen ’t raam, tin, tin, tin... Drank & de man
‘Drie’ en whisky gaan goed samen. Drievoudige distillatie…? Oke, in Schotland niet gebruikelijk, in Amerika nog minder, maar gemeengoed in Ierland. De extra ronde in het distillatieproces is een manier om de over het algemeen zachte smaak van Ierse whiskey te verklaren. Mijn lezing is wellicht wat kort door de bocht, maar hopelijk prikkelend genoeg om eens proefondervindelijk te toetsen. Tijdens de eerste keer in de ketel wordt een soort sterk bier gedistilleerd tot een wat sterkere drank. Hierbij wordt de vloeistof die als eerste neerslaat (voorloop) gescheiden van de middenloop en het gedeelte dat als laatste neerslaat (naloop). De voorloop bevat stoffen waar je blind van kunt worden, de naloop bevat “afvalstoffen” die je koppijn geven. De distillateur bepaalt welk gedeelte precies het midden is en heeft zo een grote stem in de smaakbeleving van het eindproduct. De “afvalstoffen” in de naloop geven de whisky namelijk ook extra karakter (vaak krachtige smaak). Deze zogenaamde fenolen kom je duidelijk tegen in tal van Schotse whisky’s, met name in die van de eilanden. De Schotten nemen een soort sterk bier (na natuurlijk vergisting) en distilleren dat in twee keer tot een vloeistof die na drie jaar vatlagering ‘whisky’ mag worden genoemd. De Ieren doen het nog een keertje extra, dat distilleren. Hiermee wordt logischerwijs een extra keer de middelloop geselecteerd. Daardoor ligt het aandeel van de “afvalstoffen” in het eindresultaat vaak lager en is daarmee de smaak van het eindproduct vaak wat milder. Een mooie Ier om te proberen (ik heb het niet over de Corrs) is de Redbreast 15 jaar oud. Er zijn echter enkele eigenwijze Schotten die ook drie keer distilleren. Bekendst is de milde Auchtentoshan, maar vlak ook de aangename Hazelburn niet uit. Slainthe! Sucker for salty nuts Drank & de man | Schotland | Software
Noten... zout... Je zou kunnen denken dat met de opeenvolging van onderwerpen dit forum langzaam afglijdt naar een plek waar mannen samenkomen om te delibereren over overmatige transpiratie in de scrotumregio. Niet dat ik dergelijke problematiek wil bagatelliseren. Sterker nog, het is heel vervelend als je zwarte Sloggi doorgaans (noodgedwongen) wit is uitgeslagen van de deodorant. Maar feit blijft dat het hier over masculinaire zaken dient te gaan. En voordat ik mij (met gevaar voor eigen zout en noten) verder op het terrein van Miss Health begeef, is het dus zaak om snel over whiskyzaken te spreken. Er zijn immers zat whisky’s te noemen die bij de drinker een associatie met zout oproepen. Laat je trouwens niet foppen door alle mythes en marketingprietpraat. Zout of zeewier vindt zich echt geen weg via de zeelucht naar de whiskyvaten. Smaak wordt hoofdzakelijk door andere factoren bepaald, het distillatieproces en het hout vormen hiervan de belangrijkste. Hierover meer in toekomstige postings. Een licht zilte ervaring bij het drinken van de Isle of Jura werd al eens gedeeld door Mr Kitchen 2. Deze lichte en zeer toegankelijke whisky kent inderdaad een lichte zoutprikkeling. Net als andere eilandklanten (Bruichladdich en Bunnahabhain) en zijn stevigere overbuurman, de 14-jaar oude Oban, is de Isle of Jura uitstekend te combineren met zeevruchten of zelfs sushi. Als we vanuit Oban langs de westkust helemaal afzakken tot aan Campbeltown, komen we bij een nog iets uitdagender specimen. De Glen Scotia is een prima whisky om de eetlust mee op te wekken. Een olieachtig mondgevoel en een gerstsmaak die iets wegheeft van een gezouten Bounty. Voor het zware geschut moet je echter weer de ferry naar Islay pakken. De 10 jaar oude instapper van Laphraoig biedt naast de nodige turf en jodium ook een duidelijke ziltsensatie. Wiens zouthonger (dorst klinkt zo raar) hierna nog niet is gestild kan doorstiefelen naar de even oude buurman van Ardbeg om te worden geknipt en geschoren. Dit is mannenspul. Een genadeloze K1-klant die je nip voor nip bestookt met gortdroge stootcombinaties van rook, jodium en zeewier om je tot besluit een ziltmoutig knietje te geven... in de noten. Dan is het fijn om na de afstraffing van Ardbeg bij te komen met een zachte honingachtige whisky die alles laat samenkomen. De 12-jaar oude Old Pulteny staat namelijk bekend als de “Maritime Malt” en biedt een olieachtige smaak van noten met een lange ziltige afdronk. Het is wellicht niet de meest complexe broeder uit het rijtje, maar z’n noten en zout zijn duidelijk en verrassend fris.... who needs Sanex? Slainthe!
Rubrieken
Weekmenus
|