Noten
Voor
Gevulde sardines
Hoofd
Lamsracks in kruidenkorst met een salade van meiraap en pecannoten
Na
Chocolade hazelnootcakeje
Gentlemen...claim your kitchen!“Een kaasje voor de hemelse vader”Abbaye de Citeaux Deze zachte koemelkkaas is het product van een van de laatste ambachtelijke kaasmakende abdijen uit de Savoie. Abbaye de Citeaux valt op door de milde subtiele smaak en de bijna sensuele structuur op je tong.
Maar de abdijen zijn voor de kaasgeschiedenis erg belangrijk geweest. Hoogst waarschijnlijk hadden we veel van de nu beroemde kazen zoals Munster (monastere) Pont-l'Eveque en Roquefort niet eens gekend als de monikken niet hadden gezorgd voor de eeuwenlange overlevering van de werkwijze en de recepten voor het maken van kaas. Die kaasrecepten werden van abdij naar abdij doorgegeven, en zonodig aangepast aan de locale condities, denk aan het land, het klimaat en het type melkdier: schaap, koe of geit. Het kaasmaken paste volgens vrome leefregels van de Saint Benoit de Nursie, grondlegger van de Order der Benedictijnen goed bij het leefwijze van hard werken en vrijwillige armoede. Kort door de bocht: kaasmaken is Monikkenwerk. Kaas was ooit het voedsel voor de armen die zich geen vlees konden veroorloven, het is dan ook niet verwonderlijk dat kaas bij de monikken zo goed in de smaak viel. Dus in tijden van crisis gaan we weer over tot de heilige kazen in plaats van het vlees. Amen Crayeux de Roncq (mag er een raampje open?) Kaas
We rijden tegenwoordig elke twee weken naar Frankrijk om nieuwe kaas te halen. "Oh leuk, mag ik mee", zegt bijna iedereen als ik dat vertel. Het spreekt blijkbaar tot de verbeelding: rijden naar Frankrijk. "Goed, maar dan wel om vier uur 's ochtends uit de veren en dezelfde dag weer terug". "Oh... oke." Ik heb trouwens geen enkele moeite met die lange rit. Aan het eind staat een grote partij van de meest fantastische kazen klaar, waaronder een aantal die ik tot voor kort helemaal niet kende zoals de roodflorakaas Crayeux de Roncq. Vernoemd naar een klein plaatsje Roncq in Noord-Frankrijk, een paar kilometer ten noorden van Lille. Lekker leuk, maar nu de kaas: Crayeux wordt gemaakt van rauwe, verse koemelk en is bedacht door Madame Therese-Marie Couvreur in 1985. Op een dag besloot ze een elegante, subtiele versie van de sterk riekende Maroilles te gaan maken. Een stuk kleiner en net zo vierkant, maar hij mocht dan weer niet gaan lijken op het saaie fabrieksprodukt dat ook voor Maroilles mag doorgaan. Even voor de niet-zo-ontzettende kaasprofs onder u: Maroilles is een roodflorakaas, wat wil zeggen dat de korst van de kaas tijdens zijn rijpingsperiode van drie maanden regelmatig gekeerd wordt en gewassen met zout water. Door dat wassen worden de schimmels die van nature op zo'n korst gaan groeien telkens weer weggespoeld en blijft de korst lekker vochtig. Er is dan een dominante bacterie (Brevibacterium linens - lang leve de voedselbijbel van Harold McGee) die bezit neemt van de kaas en dat zorgt voor de rossige kleur en de onmiskenbare geur. Madame Therese-Marie heeft even geoefend met het kaasmaken en haar passionele ambacht is nu beroemd tot over de grenzen van Noord-Frankrijk. Ze wast de Crayeux met dat zoute water en daarna ook met het (plaatselijke, ongepasteuriseerde) bier de l'Angelus. Juist dat bier geeft de kaas iets zachts en aromatisch zodat je steeds nog een keer wilt proeven. Dit kaasje rijpt zes tot acht weken. O ja, en rijp wil bij Crayeux niet zeggen dat de binnenkant van de kaas naar buiten loopt. Crayeux slaat dan ook op het krijtige hartje dat niet zacht wordt, maar eigelijk juist een extra frisse smaak geeft aan deze heus-niet-zo-heel-milde kaas van de roodflorafamilie. La Route des Fromages d'Auvergne (deel 1)Wanneer ik ook maar even de kans heb trek ik erop uit om een nog onontdekt kaasgebied te ontginnen. “Oh, een werkvakantie” zeggen vrienden en goedgeïnformeerde klanten dan. Maar zo voelt dat helemaal niet. Vaak zijn de traditionele kaasgebieden waar boerenkaas gemaakt wordt vreselijk mooi, landelijk en groen. De plaatselijke markten liggen vol met seizoensprodukten uit de buurt (en rare Franse prullaria) en meestal zijn de boeren en kaasmakers niet te beroerd om het een ander te vertellen over hun levenswerk. Kortom, kaas is een prima thema om je vakantie omheen te vouwen. Natuurlijk moest ik een kijkje nemen bij boer Gilles, terwijl hij op traditionele manier Salers aan het maken was. Salers is de enige op de lijst van 43 A.O.C kazen die uitsluitend fermier is (d.w.z. hij mag alleen “Salers” genoemd worden als hij op de boerderij gemaakt is). Sterker nog; Salers mag alleen worden gemaakt van de melk die tussen 1 mei en 30 september geproduceerd wordt – de zogenaamde zomermelk. Dat betekent dat Gilles elke dag van het seizoen één kaas maakt. De rest van het jaar ligt er een dik pak sneeuw en staan de koeien binnen en eten hooi. Terwijl hij me in uiterst geduldig Frans aan het uitleggen is dat de hygieneregels waar hij aan moet voldoen dezelfde zijn als voor de grote industrie, wast hij de ton zorgvuldig. Tot mijn verbazing doet hij dat met petit lait, de wei die zojuist uit de wrongel is geperst. Dat kan dus écht niet volgens de Europese regelgeving, die het gebruik van steriele rvs vaten en heftige schoonmaakmiddelen voorschrijft. “Maar dan ben ik dus het unieke karakter van mijn kaas kwijt.” Dit uiterst kleine en subtiele onderdeel van het kaasmaakproces is één van de dingen die de kaas van Gilles authentiek maakt en net weer anders dan die van zijn 46 collega-Salersmakers. De kaaskorst, to eat or not to eat? Kant en klaar
Wat te doen met de korst van de kaas? Mee-eten of wegsnijden. Ik, als kaasmeid heb een voorliefde voor de kaaskorst! Hier volgt een korte lezing over het waarom wel of het waarom niet. De korst is de beschermer van de kaas en heeft z'n eigen textuur en smaak en is vaak het sterkst smakende deel van een kaas. De pâte is het binnenste, het hart van de kaas... Even een paar van die type kaaskorsten op een rijtje: 1. Het witschimmelkorstje van de Brie en de Camembert geeft een paddestoelen of champignachtig aroma, geur en smaak. Eigenlijk kan ik niet een eenduidig advies geven over het wel of niet eten van de korst. Het is een kwestie van persoonlijke smaak. Sommige mensen vinden dat de sterke smaak van de korst de subtiele aroma's van de pâte overheersen en dat je daarom de korst beter kan laten liggen. Andere vinden de korst een onmisbaar onderdeel van het karakter van de kaas. Bij een slechte, onzorgvuldige affinage ( = kaas-afrijping of beter nog kaasverfijning) loop je wel de kans dat een onprettige smaakverrassing zoals ammoniac, bittertonen, zeepige nasmaak of een extreem scherpe prikkel op je tong. Dit is een peidooi om niet standaard alle kaaskorsten meteen maar weg te snijden. Om erachter te komen of je een korst wel of niet kan eten kan je het best een klein stukje proeven voordat je besluit of het een Do of een Don't is. Poule des doods, poule des kaas zul je bedoelen... Kaas
Het Nederlandse elftal heeft twee kaasmakende naties afgedroogd, eerst Italie en toen Frankrijk. Frankrijk naar huis en de twee autres pays du fromage gingen door. Inmiddels is de geitenkaas-verdediging Nederland fataal geworden tegen en zijn zelfs de pecorino poetsers van Italie afgetroefd op hun eigen specialiteit: penalty’s. Rest de Azzurri en les Bleus elkaar op culinair gebied te bestrijden. Kaas is daar een goed voorbeeld van. De van origine Italiaanse organisatie Slow Food die zich inzet voor het behoud van biodiversiteit en culinaire traditie houdt één keer in de twee jaar een speciaal kaasfestival in Bra, vlakbij Turijn. Ik kan zeggen dat Frankrijk daar zwaar ondervertegenwoordigd was. Misschien zijn de Fransen te trots, ze beschermen hun tradities zelf wel met hun AOC's, terroir en hun la Guilde des Fromagers. Nu nog een mooi kaasje om te bespreken in onze nationale elftal kleur Orange: Langres Deze kaas komt van de hoogvlakte Champagne, maar het plaatje Langres ligt al wel heel dicht tegen de Bourgogne aan. Het is een oranje, cilindervormig kaasje van ongeveer anderhalf ons, je hebt ze trouwens ook in uitsnijformaat van 800 gram. De bovenkant van de Langres heeft een kuiltje, een fontaine heet dat. Omdat het kaasje tijdens het rijpen niet gekeerd wordt, zakt het midden uit, zo onstaat die fontaine die gevuld kan worden met Champagne of Marc de Bourgogne. Echt een typisch gebruik in wijnstreken. Brebis des PyrénéesJe hebt het vast weleens geprobeerd, een Franse kaas in je auto vanuit Frankrijk mee terug nemen naar Nederland. Heerlijk, vooral als je remt. Dan komt er zo'n golf kaaslucht naar voren. Een rijpe Munster uit de Elzas mee naar huis en je kunt je auto nooit meer 2e hands verkopen. Goed, ik heb net een juweeltje van een harde kaas binnen van iemand die regelmatig pendelt tussen de Franse Pyreneeën en Amsterdam. De echte Ossau-Irraty-Brebis ofwel Baskische schapenkaas. In de Westelijke Pyreneeën worden van oudsher schapenkazen gemaakt. Van grootschalige productie zal het echter nooit komen omdat schapen in verhouding weinig melk geven. Dit komt mede doordat de productieperiode voor schapenkaas zo kort is want er zijn slechts 180 melkdagen per jaar. Fermierkazen, kazen van rauwe melk die direct op de boerderij gemaakt worden, worden dan ook voor het grootste deel in de regio zelf verkocht en gegeten. Er komt maar weinig van deze mooie schapenkaas over de grens. Fromage Blanc Kaas
Je krijgt in Frankrijk vaak de keus na het eten: le choix des fromages van een al dan niet goed gesorteerd kaasplateau of fromage blanc. Het schijnt dat sinds de jaren '70 deze Franse traditie van het kaasplateau is aangepast. De jaarlijkse terugkerende Nederlands touristenhorde heeft het menig Franse restaurateur hardhandig afgeleerd de keus helemaal aan hun gasten over te laten. De Hollanders vielen en masse het hele kaasplateau aan alsof ze niet net een viergangendiner achter de kiezen hadden. Een Fransman daarentegen kiest heel nauwkeurig drie kazen naar zijn smaak, waarop de ober daar op gepaste wijze drie kleine stukjes afsnijdt...
Maar nu fromage blanc. Dit fenomeen kwam ik opnieuw tegen bij een rechtstreekse zending uit Normandië naast die heerlijk zoute boter Beurre demi-sel croquante die we voor Kef tegenwoordig vers van de boerderij krijgen. De streek Normandië met z'n glooiende groene weides staat trouwens bekend om z'n tongstrelende boter, romige melk en zachte zuivel. Tot zover lijkt het misschien iets op yogurt maar fromage blanc krijgt ruim de tijd om te stremmen, minstens 12 uur. Door die langzame stremming wordt de smaak veel zachter en is het zuur heel fris. Het overige weiwater wordt afgegoten en het zuivel mag hooguit nog 2 uur uitlekken. Daarna wordt het in potjes geschept en vers verkocht. Stel je voor dit fluwelige Franse zuivel met een grote schaal met Hollandse aardbeien. Hmmm....
Oh edele RoquefortLang, lang geleden kreeg een jonge herder een fris en fruitig herderinnetje in het oog. Hij liep het deerntje achterna en liet de kudde en zijn lunch van roggebrood en een stuk wrongel van schapenmelk achter in een grot. Toen hij terug kwam, zag hij blauwe adertjes in de jonge kaas. Uitgehongerd als hij was van zijn liefdesavontuur besloot hij de kaas op te eten en was verrukt over de smaak. Voila, daar was de Roquefort geboren. Kaaslegendes zitten over het algemeen vol met romantische anekdotes en toevalligheden. Tegenwoordig laten de makers van de blauwe kaas niets meer aan het toeval over en wordt de penicillium roqueforti zorgvuldig geoogst. Speciaal gemaakt roggebrood wordt in de grotten van de regio Aveyron gelegd en binnen 8 weken ontwikkelt zich de schimmel die daar van nature heerst. Het kruim wordt uit de broden gehaald, gedroogd, gemalen, gezeefd en koel opgeslagen. Deze schimmelcultuur wordt vermengd met de jonge wrongel. Zodra er zuurstof aan te pas komt gaat de blauwe schimmel zich ontwikkelen en zoekt zijn weg door de kaas. Deze blauwe aders zijn voor de kaas eigenlijk het afweersysteem tegen invloeden van buitenaf. Voor Roquefort wordt gebruik gemaakt van rauwe schapenmelk. Blauwe schapenkazen zijn eigenlijk altijd de sterkste en ziltste in de blauwaderfamilie. Persille de Malsieux, echte Cabrales etc. Nog belangrijker dan bij alle andere kazen is dat je blauwe kaas nooit koud eet, geef je kaasplateau zeker 2 uur om op kamertemperatuur te komen, het scheelt een slok op een borrel. Zo ontdek je zelfs nog eens een zoete ondertoon in je Roquefort. Als je houdt van blauwe aderkaas dan is het behoorlijk gedurfd en stoer om je beste vrienden eens een kaasplateau voor te schotelen met enkel blauwe kazen. Natuurlijk van zacht blauw naar eentje die terug bijt met daarnaast een onweerstaanbaar zacht zoete dessertwijn a la Banyuls, Sauternes of zelfs een Madera. Misschien heeft Mister Beverage nog een mooi voorstel....... Laguiole AOC Kaas
De rauwmelkse koekaas Laguiole AOC kwam ik onlangs tegen in z'n jonge variant, een enorme geperste harde kaas met een heel frisse en boterige smaak. Bovendien past hij ook weer prachtig in dit seizoen. Ach eigenlijk is ie het hele jaar door lekker. Laguiole (spreek je uit als Lahjol) lijkt op de kaas Cantal maar wordt gemaakt in het naburige Aveyron. De hoogvlakte van de Aubrac (1200 mtr.) is van oorsprong vulkanisch en daar lopen nog een klein aantal Aubrackoeien rond en voor de rest zijn het Zwitserse roodbonte dames. Qua vorm en bereidingstechniek lijkt de Laguiole op de Cantal en de Salers uit de naburige streek van Cantal en eigenlijk zijn ze alle drie Franse neefjes van de Britse Cheddar. Iets wat je volgens mij nooit tegen een Fransman moet zeggen. Aligot Voor 2 personen: Stop de boter en de knoflook samen in een klein sauspannetje en zet 'm op het kleinste pitje dat je hebt, zo kan de boter smelten en de knoflook lekker in te trekken. Ondertussen schil je de aardappels, snij ze in even grote grove stukken. Kook de aardappels in 20 a 25 min. gaar met een snuf zout. Doe de warme aardappels in een grote kom en duw ze stuk met een electrische handmixer in de langzame stand. Voeg nu het warme boterknoflookmengsel toe en de zwarte peper uit de molen. Zet de handmixer op de snelle stand en voeg hand voor hand de geraspte Laguiole toe. Goed stevig roeren dan wordt de massa glad en draderig. Direct serveren! “Ober er zit as in mijn kaas!” Software
Morbier, de laatste in de serie winterkazen is een stevige maar prima snijdbare Franse kaas: “ober er zit as in mijn kaas!” De smaak van de Morbier, als je een goede te pakken hebt, is vrij mild, romig vol en subtiel notig. Het karakteristieke dunne zwarte streepje dat in het midden zit heeft nauwelijks effect op de smaak maar doet het qua kleur natuurlijk heel leuk op een kaasplateau en geeft de kaas een extra authentieke uitstraling. Winterkaas Software
Kaas is een seizoensprodukt. Dat wil eigenlijk zeggen dat elk seizoen z'n eigen smaak en kaastypes heeft. Ik kom er steeds meer achter waarom. Deze februarimaand is bijvoorbeeld precies de tijd dat de geiten droog staan voor het lammeren. Als de geiten lammetjes krijgen geven ze lanzaam aan steeds minder melk en staan ze een tijdje droog. Er wordt dan minder verse geitenkaas gemaakt tot eind maart. Natuurlijk heeft de kaasbusiness daar oplossingen voor gevonden... Veel van de verse geitenkaas die je in de winter koopt wordt bijvoorbeeld gemaakt van poedermelk of ingevroren wrongel. Er is ook nog een andere manier. De kudde geiten wordt gesplitst en een deel van de dames wordt doorgemolken voor dit jaar en krijgt pas volgend jaar weer kleine geitjes. Een enkele boer houdt een winterstop en stopt helemaal met melken. Bij Wolverlei Geitenhouderij, bijvoorbeeld, is dit een jaarlijks terugkerend ritueel. Daar is veel voor te zeggen, niet alleen vanwege het ritme in de stal, maar zeker ook met betrekking tot de kwaliteit van het product. Dus, ik pleit ervoor: pas je kaasbehoefte aan aan het seizoen en ontdek wat er nog meer te vinden is! De harde kazen afkomstig uit de berggebieden zijn juist nu op hun best. Op een lange donkere avond met een goede fles wijn voor de open haard of met gewoon met je rug tegen de CV een stuk boersige Salers of Laguiole uit de Cantalstreek. Of een mooie volle, notig zoete Comté uit de Jura. Deze lang houdbare kazen zijn nu van vorig jaar zomer, 18 maanden oud dus, en prachtig afgerijpt. De koeien hebben buiten lopen grazen van gras, kruiden en bloemen en dat heeft z'n weerslag op de kwaliteit van de melk. Beaufort, Gruyere of een mooie harde schapenkaas uit de Pyreneeen. Oh, en als je echt heel erg van zachte lopende kaas houdt, kies dan voor de winterkaas bij uitstek: Mont d'Or. Zo één in een houten doosje met een in hars gedrenkte houtspaan om de kaas. Vacherin Mont d'Or is op z'n best van december tot begin april. Stilton en Perenkaas Kaas
Membrillo is een stevige geleiachtige pasta die een beetje op turks fruit lijkt en werkelijk mierzoet is. Het glazuur springt van je tanden maar door de structuur en de heerlijke nasmaak blijf je er van snoepen. Het recept voor Membrillo is al een keer verschenen op Cheffen (zoek op kweepeer), gemakkelijk te maken en met een zeer bevredigend resultaat. Deze goudbruine perenkaas staat bij ons in Kef onder een mooie stolp te glanzen en belandt regelmatig aan het eind van een kaasplateau naast een sterke blauwe kaas. Denk bijvoorbeeld aan cabrales, persille de malsieux of roquefort. Maar ook een harde schapenkaas past heel goed. Blauwe kaas en zoetigheid is natuurlijk een klassieke combinatie. Het frisse zoet van verse vijgen of druiven op je kaasplank maakt je mond schoon en geeft je smaakpapillen de gelegenheid om eventje bij te komen van de heftige zilte kazen. Fruitig, zoete dessertwijn geeft meer een omlijsting en begeleid sterke en vette smaken juist door de tegenstelling tussen zoet en zout. Maar er zijn grenzen: een blue stilton met een fles port erboven op: moord! Ricotta, een uitgekookt kaasje... Kaas
Ricotta is officieel helemaal geen kaas, maar ik ga er toch iets over schrijven want het is een bijprodukt van het kaasmaken. In dit geval wordt de wei 'opnieuw gekookt' tot 85 °C waardoor de overgebleven eiwitten samenklonteren tot een zachte wrongel die men een poosje laat uitlekken. Ricotta die je buiten Italië tegenkomt is meestal ricotta dolce, 'zoete ricotta'. Hier wordt vaak volle melk aan toegevoegd voor een extra romige smaak. Geschikt voor toetjes, bij het ontbijt of de lunch. In Italië vind je ook ricotta salata, een zoutere, stevigere variant die erg geschikt is om me te koken; in de ravioli of cannelloni, bijvoorbeeld. Ricotta kan van koe, schapen- of geitenwei gemaakt worden. Ricotta, 'opnieuw gekookt' dus. Say Cheese, Bra 2007 Kaas
Dit jaar werd door Slow Food de zesde editie van het tweejarige festival Cheese georganiseerd. Opnieuw vond Cheese plaats in het middeleeuwse dorp Bra, niet ver van Turijn. Bra wordt voor de gelegenheid omgebouwd tot een enorme kaasmarkt met de meest uiteenlopende soorten kaas. Aan de man gebracht door de meest uiteenlopende kaasfiguren......
Maar wie denkt dat Slow Food er alleen is voor kleine boeren, herders en obscure kaasmakers heeft het mis. Het leek er dit jaar op dat ook grotere bedrijven Slow Food ontdekt hebben. Met verbazing liep ik bij aankomst meteen op tegen een stand van een groot Italiaans koffiemerk dat duidelijk zorgde voor de sponsering. Ik dacht dat Slow Food stond voor biodiversiteit en kleine ambachtelijke bedrijven en weinig op had met de grote concerns die toch maar zorgen voor smaakvervlakking en eenheidsworst. Maar kom niet aan Italianen en hun koffie en bovendien hadden we het over kaas. Via Cheffen kreeg ik een kaart met "Stampa" om mijn nek. Ik behoorde nu tot de serieuze pers die van dit evenement verslag zou gaan doen. En dat heb ik geweten ook. Bij een van de eerste kraampjes werd ik bijna over de balie heen getrokken om dat deze dame me absoluut wilde vertellen dat de kaas die ze verkocht nog maar op het nippertje aan de vergetelheid was ontsnapt en dat ze haar dorpsgenoten had opgetrommeld om zich te verzamelen om deze kaas te blijven maken. Dat elke kaasmaker daarbij zijn eigen recept hanteert, zorgde daarbij voor de nodige wrijving.... Even verderop stond een roodharige Ierse boerin, Silke Cropp, met blozende wangen te vertellen over de kleine Drumlin kaasjes die ze maakt van rauwe koemelk. Een mengsel van idealisme en de manier om in je bestaan te kunnen voorzien drijft deze mensen om oude kaasrecepten opnieuw in gebruik te nemen. En ik kan je zeggen dat het heerlijk is om naar die bevlogen verhalen te luisteren met je mond vol met kaas die ik werkelijk nog nooit eerder heb geproefd. Drumlin heeft een rulle, licht droge structuur met een volle zoetbittere nasmaak. Het is mijn droom om dit soort kazen aan mijn klanten te kunnen voeren, hen de verhalen te vertellen die erachter schuil gaan. Champagnekaas Champagne | Kaas
Toch nog even inhaken op de Champagne van laatst: het Champage-kaasje bij uitstek is namelijk de Chaource. Chaource houdt zich met zijn licht rinse smaak en romige structuur als een van de weinige kazen echt staande naast de bubbels van de Champagne. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld ook voor de Parmigiano Reggianno, maar dat is dan weer een totaal andere kaas. Dat Chaource in de verte familie is van de Brie zie je natuurlijk meteen aan het witte schimmelkorstje. Hij dankt zijn naam aan het slaperige plaatsje Chaource in de Champagne tegen de grens van de Bourgogne. Dus als er nog iets moois te vieren valt deze nazomer, begin dan de avond met een mooie rijpe Chaource en een glas bubbels, ik denk bijvoorbeeld aan een Champagne Rosé. Say CheeseEn echt net voor het sluiten van de transfermarkt heeft cheffen een ambachtelijke kaasvrouw binnen weten te halen. De geruchten gingen al, maar ook andere weblogs zaten op 't vinketouw. Cheffen is een Miss Cheese rijker en stelt zich bij deze zelf voor. Ook kunnen we meteen genieten van een smakelijk kaasverhaal. Marike van der Werff, VWO in Groningen, Kokschool in Utrecht. Na 2 jaar in restaurants was ik het gebeul tot laat in de avond zat. Hiervoor was ik niet in de wieg gelegd. Praten over eten en over smaak was wat ik het meest miste, dat doe ik nu dagelijks met klanten naar hartelust. In 2004 begon ik voor mezelf en zocht een keuken voor mijn catering en marktkraam met vegetarische delicatessen op de Noordermarkt, (Biomarkt op zaterdag) Als je een bedrijfje uit de grond aan het trekken bent blijft er vaak te weinig tijd over om op onderzoek uit te gaan. Dus grijp ik elk moment aan om alle nieuwe dingen die ik op kaasgebied tegenkom te bekijken, te proeven en te ruiken. Zo reed ik deze zomer door Normandië op een bloedhete dag door het slaperige stadje Livarot en viel met mijn neus in de Normandische boter want daar was net het plaatselijke fête de Fromage de Livarot aan de gang. Livarot is een Normandische klassieker. Qua smaak zit hij tussen de Camembert en de Maroilles in. De korst wordt tijdens de rijping gewassen met zout water en bewerkt met de natuurlijke kleurstof van de orleaanboom waardoor de oranje korst onstaat. Z'n geur heeft, typisch voor roodflora, echt iets mestigs. Mooi op kamertemperatuur bulk de halfzachte pate van de kaas naar buiten, echt lopend wordt het zuivel niet. Livarot draagt om zijn korst 5 strobandjes van gedroogde lisdodde als een heuse militaire onderscheiding en vandaar de bijnaam Le Petit Colonel. In oorlogstijd werd deze stinkkaas op Normandische grond waarschijnlijk ingezet als wapen. Livarot au lait cru is het allerlekkerst maar slechts 12 % van de 1350 ton Livarot per jaar wordt gemaakt van rauwe melk. Op die kaasmarkt heb ik een boer ontmoet die de Livarot op de traditionele manier maakt, een trotse man met een klein bedrijf maar prachtig product. Hij maakt ook Pont l'Eveque en de Demi-Carré.
Rubrieken
Weekmenus
|