Tja, na de vaderlandse glorie van gisteravond, maandag 9 juni, rest Miss (Ir)responsible nog maar één vraag: zijn oranje paprika’s duurzamer dan rode, groene en gele? En, minstens even belangrijk, zijn ze lekkerder? Want één ding is zeker: oranje gaat een grandioos seizoen tegemoet…
Miss (Ir)responsible was altijd nogal van de ‘veel kleurtjes’-school als het om paprika’s ging. Maar sinds Nederland-Italië is er nog maar één kleur voor haar: oranje. Gelukkig liggen de supermarkten en groentewinkels vol met oranje paprika’s. Niet helemaal toevallig, bleek na een telefoontje naar het Productschap Tuinbouw. Want er worden niet zozeer meer Nederlandse oranje paprika’s gekweekt, nee, ze gaan nu naar de Nederlandse winkels in plaats van naar het buitenland te verdwijnen, wat het lot van de meeste oranje paprika’s is. Want gek genoeg is oranje normaal gesproken populairder in landen als Duitsland, Engeland, de V.S. en Rusland, dan in ons eigen land.
Hoe dat komt, wist de OPV, de Oranje Paprikavereniging (www.sweet-orange-bell-pepper.nl) aan Miss (Ir)responsible te vertellen, een vereniging van oranje (maar ook andere kleuren) kwekende paprikatelers.
“Oranje paprika’s zijn wat moeilijker te kweken dan de andere kleuren,” vertelt Ted Zwinkels van de vereniging. “Ze zijn kwetsbaarder, de productie ligt lager en er blijft uiteindelijk minder paprika over. Daarom zijn ze ook duurder, en Nederlandse supermarkten en winkels waren dus altijd wat huiverig om ze in het assortiment op te nemen. In het buitenland zijn mensen wel bereid om meer voor oranje paprika’s te betalen; de oranje jongens zijn zoeter, sappiger en bevatten nog meer vitamine C en foliumzuur dan de andere kleuren.”
Oranje paprika’s worden, net als andere Nederlandse paprika’s, behoorlijk milieuvriendelijk geteeld. ’s Zomers komen ze uit de koude kas. De planten staan niet in de aarde, maar op een natuurzuiver substraat, zoals steenwolmatten, waardoor de kans op ziekten kleiner is. Elke paprikaplant krijgt, individueel gedoseerd via een computer, druppelsgewijs water met voedingsstoffen. Zo wordt er geen water verspild en is er geen overbemesting, wat minder schadelijk is voor het milieu. Telers bestrijden insecten door hun natuurlijke vijanden in de kas uit te zetten, waardoor ze maar mondjesmaat hoeven te spuiten. Dat is in het buitenland wel anders. Vooral voor Spaanse paprika’s worden akelig veel bestrijdingsmiddelen gebruikt: soms wel 7 tot 14 verschillende soorten.
Naast zijn kleur heeft de oranje paprika dus veel andere goede trekjes. Maar blijven deze kanjers ook na het EK in de supermarktschappen te vinden?
Als het aan de OPV ligt, wel. Een aantal jaren geleden heeft de vereniging een grootscheeps oranje-offensief ingezet. Te beginnen bij supermarkt keten Deen, in Noord-Holland. Daar werden de oranje paprika’s door allerlei ludieke acties zo’n succes, dat ze nu standaard in het assortiment zitten. Albert Heyn volgde: nu maar wachten op de andere winkels.
Maar raken de oranje paprika’s niet op, tijdens zo’n EK? Daar hoeven consumenten niet bang voor te zijn, zegt Ted Zwinkels. “Het aanbod is vele malen groter dan de Nederlandse vraag. Maar ja, wie weet, als Nederland blijft winnen..”

























