Ooit was ik even jagersvrouw. Lorenzo, mijn voormalige fidanzato fiorentino heeft een vader die er op los jaagt: in Portugal, Spanje en thuishonk Toscane. Als nuchtere olandesina had ik uiteraard mijn bedenkingen bij dit alles. Decadent vond ik het. Onnodig. Rijkeluisvermaak.
In zekere zin was het wel een beetje waar, want om te jagen moet je veel geld hebben, al was het alleen maar om je uitrusting te bekostigen. Wat ik echter wel leerde van babbo Giovanni, is het respect voor dier en natuur dat jagers hebben, misschien nog wel meer dan menig winegum-kauwend veganist die ze berispt. Als geen ander weet de jager wat de natuur in evenwicht houdt en respecteert hij wat het hem geeft. Hoe hypocriet daarentegen zijn diegenen (waaronder ik) die jagers beschimpen, maar wel het lef hebben kipfilets in hun vinex-keuken plat te slaan. Dus besloot ik dan toch maar eens mee te gaan op fazantenjacht.
Babbo Gianni is verrukt en probeert me in de jachtkleding van Lorenzo’s zus te krijgen. Tot en met het verenhoedje toe. Ik vertik het. Mijn Hollandse nuchterheid kan het niet aan. Ik hou mijn eigen leren jasje en rokje wel aan, grazie comunque. Geen sprake van, ik zou het maar koud krijgen volgens vader Gianni. “Lorenzo, geef dat kind dan maar een dikke jas en laat haar een broek aandoen. In de bergen is het koud en we zullen door modderig terrein lopen”. In plaats van jachtkledij krijg ik nu een oversized bomberjack en een spijkerbroek uit het jaar 501 in mijn handen geduwd en heb nu spijt dat ik eieren heb gekozen voor mijn geld.
Om zes uur staan we op om naar een wijngaard –het jachtgebied- buiten Florence te gaan, waar we rond achten aankomen. Stel je voor: morgenstond, goudgele struiken van wijngaarden die het dauw doen flikkeren in de zon, het glooiende Toscaanse landschap gehuld in herfstkleuren en de jagers: Lorenzo, vader Gianni, il Giudice (een Florentijnse rechter die het beruchte 'monster van Florence' berechtte) en de beheerder van het jachtgebied. En niet te vergeten de lieve, professionele jachthond van de wijnboer, de eigenlijke jager onder het stel.
Gevieren lopen de heren achter de hond aan. Die snuffelt aan de grond tot hij fazant ruikt, zet het dan op een drafje en houdt subiet halt bij een struik. Blijft hij onbeweeglijk staan, zijn staart stokstijf als een wijzende vinger, dan zit er een fazant in de struik. De mannen houden hun adem in en naderen het bosje. Zijn baasje geeft hem het teken en de hond springt het struikje in en er fladdert een verschrikte fazant omhoog. “Prendilo te, giudice” (neem jij ‘m maar rechter), gebaart babbo Gianni eerbiedwaardig. Pang! Daar gaat de eerste fazant tegen de vlakte. De wijnboer raapt al het geschoten gevogelte op en stopt deze in de grote zakken die zijn vrouw op zijn kleding heeft genaaid. Zo’n zes vogels bungelen er al uit zijn broek.
Lorenzo moet er nog een beetje in komen. Hij is het plattelandse leven ontwend en heeft de afgelopen jaren in Nederlandse coffeeshops, Londense pubs en Kroatische liefdadigheidsinstellingen rondgehangen. Het levende bewijs van zijn ont-Italiaansing staat naast hem in een te grote bomberjas.
Lorenzo weet het geweer niet meer zo goed ter hand te nemen. Zijn vader moedigt hem aan. Die is al lang blij hem weer eens in zijn apenpakkie te zien.
“Dai, figliolo mio, de volgende vogel is voor jou”. Ook de giudice doet nog een duit in het zakje en dan ontwaakt er een oerinstinct in Lorenzo. Als de hond weer stil staat, en zijn hele hebben en houden spitst, legt Lore aan. De hond stuift weer het struikgewas in. Het geklapwiek van de vleugels blijft niet lang uit en we zien weer een bos veren de lucht in fladderen.
“Spara!”, roepen de heren. Lorenzo schiet, maar schampt de fazant slechts. Die valt van schrik uit de lucht, maar zet het op een lopen zodra hij de grond raakt. We staan erbij en kijken ernaar, terwijl het beest het hazenpad tussen de wijngaarden kiest. De hond gaat erop af en krijgt het beest alsnog te pakken. “Bravo Lore, bravo figliolo mio!” Gianni is trots, Lorenzo schaamt zich en ik voel me ongemakkelijk in mijn geleende kleding.
Hard gewerkt, tijd voor het middageten. In het huis van de wijnboer staat de vrouw des huizes al een week lang slow te koken: risotto met duif, gestoofde fazant met rozemarijn en zwarte olijven, pasta met verse paddenstoelen. We eten gegrillde bistecca fiorentina die zo van de open haard in de keuken komt, drinken wijn die nooit op gaat en krijgen taarten en likeuren toe. Ik ben er van teruggekomen. Jagen is niet decadent.


























Reacties (10)
Prachtig verhaal! Ik zou voor zo'n ervaring ook die spijkerbroek en dat bomberjack op de koop toe hebben genomen. Eigenlijk staan ze best sexy!
Mildred | 09 november 2007 14:56
Leuk stukkie Vanja, maar vertel nou eens hoe jij en die Lore elkaar tijdens jullie jacht zijn tegengekomen?
cor | 09 november 2007 20:54
Wow! mooi geschreven. Je ruikt het verhaal bijna...een klein beetje jaloers dus.
Rick | 09 november 2007 20:54
Cor, Lore en ik kwamen elkaar tegen tijdens een hele andere jacht: in de 'Yab'. Maar dat is een verhaal dat ik je nog wel eens offline vertel.
Vanja | 10 november 2007 13:09
@Mildred en Rick: ik had het inderdaad niet willen missen. Als ik eraan terugdenk vraag ik me weleens af 'waarom moest ik het ook al weer uitmaken?'
Miss Ginger | 10 november 2007 13:13
Leuk verhaal! En heel herkenbaar. Niet omdat ik ooit gejaagd heb, maar omdat ik in Florence woon met mijn fidanzato.
Toevallig was ik zaterdag op zo'n wijnboerderij om wijn te proeven en kastanjes te eten.
Tanti saluti
Liesbeth
Tutti A Tavola! | 12 november 2007 18:06
Hoi Liesbeth, wat een wereldplek heb je daar he? Leuke site ook die van jou. Un abbraccio per Firenze!
Miss Ginger | 15 november 2007 12:14
Mooi verhaal Miss Ginger! Heb vanavond in je restaurant gegeten, ik was die in dat blauwe shirt en bril. Zoiets als bovenstaand, vers geschoten, tja dat blijft toch bijzonder in NL. Je beschrijft het ook heel goed, ik zou zo in de machinna richting Toscane willen stappen:)
R. Obbert | 26 november 2007 02:14
Heel leuk geschreven maar jagen (als rijkeluissportje) IS decadent. En het respect van jagers voor dier en natuur is lariekoek. eet es een bio-kipje ;-)
TF | 21 juni 2010 17:04
Heel leuk geschreven maar jagen (als rijkeluissportje) IS decadent. En het respect van jagers voor dier en natuur is lariekoek. Neuk lekker je fiddanzato plat en eet eens bio-kipje ;-)
TF | 21 juni 2010 17:08