
Vijf dagen trekken we van het ene wijnhuis naar het andere. Met tussenstops om te lunchen en te slapen. Onder leiding van een even mooi als rondborstig meisje dat zich allengs ontpopt tot een stressrijk serpent. “Ik wil dat jullie nu komen, vite vite vite.” Flipperen met Sabrina.
“Goedemorgen”, zegt Sabrina, terwijl zij in een mok cappuccino hapt. Het schuim rond haar lippen bezorgt mijn slaperige lichaam terstond wekkertrillingen.
Ik ahum wie er nog meer koffie wil.
Michèle steekt haar vinger op.
Ik zie vanuit mijn ooghoeken dat zij wederom flink tweekleurig heeft uitgepakt.
In donkerblauw en wit deze keer.
De dagbladredactrice draagt nog altijd haar slobberbroek.
Sabrina zegt het met een rood t-shirtje met een diepe hals waar de airco van de eetzaal al vroeg vat op heeft gekregen.
Koffie met schuim, denk ik.
Een half uurtje later zijn we op weg naar het wijnmuseum van Cairanne, gevestigd in de kelder van een cave.
Een cave is een plek waar je rood, wit en rosé van locale wijnboeren kunt proeven en kopen, en andere toeristenwijndingen aanschaffen.
In de cave-kelder van Cairanne wacht ons een multi-zintuigelijke wijnervaring, en dat klinkt veel belovend.
Kijken: achter glas hangen drie happen uit de aarde, die elk een verschillend stukje wijngrond rond Cairanne verbeelden.
Horen: je kunt er naar vogels luisteren die tussen de wijnranken fladderen en nestjes bouwen.
Ruiken: je mag je neus testen op leer, bessen, peper, pruimen, tabak, roodfruit en andere typische wijnproefnotitiedingen.
Proeven: aan het eind van het museum wachten flessen en glazen
Voelen: wijnslokjes die je proeft in je mond, kun je ervaren met je hand.
“Wrijf maar eens over deze roller”, instrueert museumwoordvoerder Frédéric Pacaut.
Ik zie een koker waarover verschillende materialen en stoffen zijn geplakt.
“Als je daarover van links naar rechts aait, voel je grof leer, dik fluweel, hennep en ruw metaal. Aldus ervaar je met je hand de mondbeleving van een rode Les Voconces Cairanne AOC Côtes du Rhône Villages van Camille Cayran.”
Jaja, knikken we, en we ondergaan nog wat hand- en mondervaringen, maar het verband tussen metaal en wijn ontgaat me. Dat leidt enkel tot roest, wijnmijmer ik.
Frédéric woordvoert dat de bouw van de multi-zintuigelijke wijnervaring 1 miljoen euro kostte. Betaald door locale investeerders en sinds de opening al bezocht door tien duizend bezoekers.
“Van een t-shirt tot kurkentrekker, ze kochten allemaal iets. En wellicht dat die Amerikaan uit Minnesota na het proeven voortaan sneller in zijn wijnwinkel naar een Cairanne zoekt”, hoopvolt Frédéric.
We gaan ook proeven.
Ik ben vooral nieuwsgierig naar het leer, fluweel, hennep en metaal van de rode Les Voconces.
Dat blijft evenwel verscholen onder kurk.
Wel krijgen we andere flessen in onze mond.
Maar die zullen mij thuis allesbehalve rap naar de wijnwinkel doen snellen.
“Zuurtjeswater”, zeg ik nadat ik een plasje rood heb uitgespuugd.
“Te weinig extractie; te weinig diepgang, materie en inhoud”, verklaart de wijnjournalist.
“Yech”, walg ik na een volgende reuk.
“Een typisch gevalletje van malolactische fermentatie. Appelzuur en melkzuur in je neus.”
“Dit is de smerigste”, proest ik, na weer een mislukte slok. “Volgens mij is dit een koker vol plastic en metaal."
“CO2. Weer een minpuntje van de wijnmaker”
“Kunnen we zo gaan?”, voorzichtig ik.
De wijnjournalist staat al buiten.
De dagbladredactrice schrikt op uit haar aantekeningen en knikt dat ze er ook zo aan komt.
Ik heb zin in koffie met veel schuim.
Of een andere combinatie van eendendons, babyhuid en katoen.
We gaan naar Rasteau, tien minuten rijden verderop.
Daar wacht ons de wijnwereld van Domaine Gourt de Mautens. Een kleinschalig wijnhuis van Jerôme Bressy.
Jerôme gaat ons zelf rondleiden, maar hij is er nog niet, zegt een collega met een mal hoedje.
Dus stuurt het malle hoedje ons de wijnkelder in.
Daar ruikt het lekker, en krijgen we een glas.
Dan ook ineens verrijst Jerôme tussen de rijen wijnvaten, met in zijn handen enkele flessen.
Hij zegt bonjour, ontkurkt een fles uit 2004 en schenkt die zwijgend in.
Ook wij worden stil.
Bessen, pruimen, chocolade en andere fijne smaakdingen, ruiken we.
Niet te vergelijken met dat spuugwater uit Cairanne.
Als Jerôme onze blije gezichten ziet, begint hij op uitdrukkelijk verzoek van Michèle wat Frans te brabbelen over zijn biologische productiewijze, handgeplukte druiven in kistjes en 15 wijnhectare met driekwart wijnstokken van 50 tot 100 jaar, goed voor jaarlijks 20 tot 25 duizend liter rood.
“In mijn wijn vind je elk jaar de vrucht van het terroir, de combinatie van grond, klimaat en druiven. En die vrucht smaakt elk jaar een beetje anders.”
We nemen nog maar een slokje terroirvrucht, spugen dat opnieuw niet uit en horen een plop uit een fles van een jaartje later.
Een half uurtje later staan we blij buiten.
De Mistral blaast onze rode wangen koel.
Tijd voor de lunch.
Pas in de auto valt mij de aanwezigheid van Sabrina op.
Het dolfijntje ligt rustig op zijn plaats.
De wijn van Jerôme kan al je zinnen bevredigen.
Tijd voor ontspanning.
We worden losgelaten op een Provençaalse markt in Vaison-la-Romaine.
In dat toeristendorpje hebben we ook een lunchafspraak met een wijnboer.
De markt voldoet aan alle clichés: oude mannetjes met grijze snorren en baret die worstjes en geitenkaas verkopen; tafels vol gevlochten knoflooklinten en plastic bakken olijven; een Renault die fungeert als rijdende rotisserie; en Afrikanen met lakens vol namaak dvd’s.
Het stemt gelukkig.
De Provençe verandert nooit.
We steken een oude brug over en lopen naar het lunchadres.
Dat heet heel spannend Bistro d’O.
Sabrina doet een vestje uit en ook de airco van d’O vergrijpt zich onmiddellijk aan haar t-shirt.
Ik krijg evenzo direct kippenvel.
De wijnboer komt een half uur te laat opdagen.
Hij heeft een koelbox met wijnflessen bij zich. Met een folder over zijn domein.
Verder kom ik niet veel over hem te weten.
Hij vindt het geflipper van het gouden dolfijntje boven het t-shirt met de diepe hals van Sabrina veel interessanter.
Sabrina geniet en lijkt alles om haar heen te vergeten, en lepelt ook onze borden met toetjesrestanten leeg.
We vragen om een extra kannetje water.
De wijnboer wisselt met Sabrina gegevens uit en kuiert met enkele halfvolle en halflege flessen naar zijn auto.
Dan ineens ook begint Sabrina te snellen.
Vite, vite, vite. We moeten opschieten. Anders komen we te laat op onze vervolgafspraak. Onze auto staat aan de andere kant van het stadje, dus nogmaals, vite vite vite.
Zij trekt er gezichten met nare rimpelingen bij, gesidekickt door een Frans dat bestaat uit enkel boze uithalen.
Michèle probeert haar een weinig te kalmeren, maar krijgt direct een verbale linkse.
Wij horen dat wij niet meewerken, niet opschieten en niet zijn als die Finse en Amerikaanse journalisten die zij een week eerder door de Provençe joeg.
‘Wij’ kijken elkaar verbouwereerd aan.
Wat is hier ineens aan de hand?
De wijnjournalist en ik gaan in de remstand.
Ook bij de dagbladredactrice zien we een lichte vertwijfeling.
Sabrina bliksemt nog steeds, Michèle probeert het locale lagedrukgebied met haar zonnige blik te doorbreken.
“Tjezus, wat is dit voor gedoe”, pruttelt de wijnjournalist met vuurrood onthutste ogen, “we zijn verdomme in Frankrijk. Alsof hier niemand te laat op een afspraak komt. Die wijnboer zonet was nota bene zelf ruim een half uur over tijd.”
“Zij is nog jong en onervaren”, cliché ik. “Misschien is zij bang dat iemand boos haar baas belt als we vijf minuten ergens te laat komen.”
“Sodemieter toch op, we zijn in Frankrijk”, herhaalt de wijnjournalist, terwijl Sabrina met Michèle uit ons zicht verdwijnt.
Misschien moesten we toch maar eens gaan Vierdaagsen.
Op de parkeerplaats staat Michèle ongeduldig naar ons te zwaaien.
Sabrina zit al achter het stuur.
“Sorry jongens, ik weet echt niet wat er met haar aan de hand is”, fluistert Michèle.
Wij halen onze schouders op, stappen in en vragen Sabrina waarom ze nog zo lang wacht. TomTom aan en rijden maar.
Sabrina krijgt nog meer irritatierimpels als het haar omringende verkeer niet haar tempo wenst aan te nemen.
Bevrijd uit de drukte, iets buiten het dorpje, zet zij de Mégane in TGV-snelheid.
“Ze kan dus wel autorijden zonder te zwalken”, grapt de wijnjournalist.
Ook Michèle voorin krijgt weer een glimlach.
Maar de stemming is definitief omgeslagen.
We hebben nog een middag en drie volle dagen te gaan.
Volgende keer meer

























