Met whisky CO2-ok de herfst door
Het is “fashionable” om je met het klimaat bezig te houden. Zo kom je de IKEA niet uit met een rein geweten zonder een paar spaarlampen te scoren. Voor beroemdheden is het bijkans een must om vegetarisch te eten, de campagne van Gore te steunen en rond te rijden in een op frituurvet gestookte Hummer. Maar terwijl buiten allerlei ‘ongemakkelijke waarheden’ rond zoemen over onze alsmaar groter wordende voetprint, kun je deze herfst met een gerust hart nog een dram inschenken… Waarom? Dat lees je dadelijk bij de ”groenpunten”. Als bijproduct de “smaakpunten”, waarmee je meteen meepikt waarom sommige malt whisky’s naar gras en bloemen smaken en andere weer naar turf, rook en leer...
Malt whisky bevat louter natuurlijke grondstoffen [GROEN]. De gebruikte grondstoffen zijn water, gemoute gerst, gist en eventueel turf. Water is essentieel. Het wordt gebruikt als grondstof voor het beslag, voor het mouten, de koeling van de apparatuur en het aanlengen van het distillaat om het op de gangbare drinksterkte te krijgen. Het water wordt verkregen doordat de distilleerderij vaak naast een rivier (zoals de Spey) of bron staat. Geen water van buitenaf nodig dus. De invloed van water op de smaak van de whisky staat ter discussie.
Tijdens het mouten (malting) wordt de gerst geweekt in water om het gedeeltelijk te laten ontkiemen. De soort gerst bepaald voor een deel het eindresultaat [SMAAK]. Er bestaat een nieuwe trend waarin biologische en/of regionale gerstsoorten worden gebruikt [GROEN]. Bij het ontkiemingproces komen enzymen vrij die ervoor zorgen dat zetmeel wordt omgezet in de gewenste suikers – immers zonder suikers geen alcohol. Het proces wordt gestopt door de gerst te drogen (het eesten) boven hete lucht. Als je hiervoor turf gebruikt als brandstof, zal het invloed hebben op de rokerigheid van de whisky [SMAAK].
Na het malen van de gemoute gerst gaat deze in een vat (mash tun) met warm water om het zetmeel om te zetten in suikers (mashing). Hierdoor ontstaat een vloeistof, wort, die in delen wordt afgevoerd naar de wash backs. De vaste deeltjes die achterblijven in de mash tun worden gebruikt als veevoer, dus geen restafval [GROEN]. In de wash backs wordt gist toegevoegd om de suikers te laten omzetten in alcohol met als eindresultaat de ‘wash’, een soort sterk bier. Deze wash gaat nu naar de koperen stookketels.
Iedere distilleerderij heeft zijn eigen unieke ketels, waarvan de grootte en vorm grote invloed hebben op de smaak en daarmee de huisstijl. Daardoor wordt vaak zuinig omgesprongen met de vaak zeer oude ketels [GROEN, want duurzaam]. In Schotland distilleert men doorgaans tweemaal, in Ierland driemaal (Schotten milieubewuster?). De ketels worden verhit; vroeger met kolen, maar sinds de jaren ‘50 op gas [GROEN]. In de grootste ketel wordt de wash gekookt. De alcohol en vluchtige stoffen stijgen eerder op dan waterdamp en gaan bovenin de ketel door een soort zwanenhals en gekrulde pijp waarna de damp condenseert tot vloeistof. De vorm van de ketel, zwanenhals en de condensor bepalen allemaal de smaak van het eindproduct [SMAAK]. Zo zal in een smalle, lange ketel een groot deel van de vloeistof neerslaan voordat ze de zwanenhals heeft bereikt (reflux), met als resultaat een lichter en delicater distillaat. Een kortere, dikke ketel geeft doorgaans een olieachtig, romig en rijker distillaat. Bij de tweede distillatie wordt het kwalitatief beste gedeelte (middelloop) van het distillaat gescheiden van de rest (voorloop en naloop). De distilleerder bepaalt welk deel de middelloop is en daarmee de smaak van de whisky [SMAAK]. Een klein deel van de naloop wordt meegenomen voor de aroma’s en smaak. De voorloop en naloop worden niet weggegooid, maar opgeslagen en opnieuw meegedistilleerd met de volgende keer [GROEN].
Tenslotte wordt het heldere distillaat minimaal drie jaar opgeslagen in eiken vaten om kleur te krijgen, aroma’s en complexiteit te ontwikkelen [SMAAK]. Omdat in Schotland de eiken dun bezaaid zijn, wordt gebruik gemaakt van tweedehands vaten waar eerder sherry, port of Amerikaanse bourbon in heeft gezeten [GROEN]. Europees eiken, Amerikaans eiken, ex-bourbon, ex-sherry, het heeft allemaal invloed op de smaakontwikkeling. De vaten moeten echter van goede kwaliteit zijn om in sommige gevallen wel meer dan een halve eeuw mee te kunnen gaan.
Kortom, zelfs de meest verstokte milieuactivist zal het duurzame karakter van whisky moeten erkennen. Nu snappen jullie ook waarom ik de cameraploeg van De Milieupolitie met een gerust hart zou binnenlaten. Terwijl een absurd wild sticulerende Sophie H. de kijkers wijst op allerlei milieuonvriendelijke zaken zoals mijn slecht isolerende glas-in-lood ramen, zou ik slechts glimlachend wijzen naar mijn “groene” drankvoorraad...
Slainthe!


























Reacties (2)
Lees 'gesticulerende' voor 'sticulerende'. Die handen... bizar.
Whisky Jr | 03 oktober 2007 20:36
Wie is deze vrouw 1? Ik zou van haar kunnen houden.
Mister Kitchen 2 plus | 04 oktober 2007 00:06