
In navolging van de familie Global, reisden wij -de Healthjes- vorige week met de door Slowfood opgestelde gids “Osterie d’Italia” naar Toscane. We bleven weg uit de steden en zochten de rust en de lekkerste adresjes in de Chiantistreek. We vonden een superfijn onderkomen bij een agriturismo (Il Mattone) waarvan de eigenaar voorzitter van de regionale slowfood beweging was geweest. En dus vielen we met onze neus in de boter, want ook hij had heel wat bijzondere adressen voor ons.
In de verte pronken de trotse torens van San Gimignano. De zon brandt, maar voelt nog net aangenaam op “onze” berg die is omringd door olijfboom- en wijngaarden. Voor mijn neus staat een grote fles Chianti die gastheer Luca Tanzini zelf heeft gemaakt. Op het gezoem van de bijen en het geritsel van de hagedisjes na is het hier doodstil. Het contrast met de mensenmassa’s in Florence en Siena kan niet groter. We prijzen ons gelukkig dat we dit pareltje hebben gevonden.
Het is gedaan met de rust als Luca bij ons komt zitten, want hij blijkt een ontzettend gezellige kletsmajoor te zijn. Hij praat honderduit over de bijzondere rol van Il Mattone tijdens de tweede wereldoorlog en vertelt uren over zijn druiven, olijven, Chianti en Vin Santo. Als hij merkt dat we aan zijn lippen hangen zodra het over eten gaat, nodigt hij ons uit om “the best” pecorino en vleeswaren te gaan kopen.
In zijn rode Landrover pickup rijden we naar een werkelijk onooglijk bedrijventerreintje in het industriestadje Poggibonsi. Even vervliegt de romantiek. We dachten bij “the best” aan een kneuterig, vervallen adresje waar een oude kromme boer een schaap stond te melken. Maar eenmaal binnen bij kaaswalhalla Caseificio Nuovo zijn we niet meer te houden. We kiezen de in as gerijpte “Cenerone San Gimignano”, een volle pecorino in een grijs jasje. Maar ook voor de pecorino met truffel gaan we plat. Industrieterrein of niet, de ambachtelijkheid druipt nagenoeg uit de kazen.
Bij het volgende adresje treedt vooral Mister Health buiten zichzelf. Bij Terra di Siena verkopen ze prosciutto, lardo en nog veel meer lekkers van het Cinta Senese varken, een beest met een opvallend witte band (cinta) dat half in het wild leeft. Het varken was bijna uitgestorven maar wordt inmiddels alweer door 80 boeren gehouden. Mister Meat schreef er ook al eens over. Door de gezonde lifestyle van het varken is ook zijn vlees gezonder voor menselijke consumptie. Een vacuumpje erom en hop… weer zijn een paar kilo delicatessen klaar voor de reis naar Olanda.
Op de terugweg stopt Luca nog even bij de bakker in Ulignano (er is er maar 1), want dit brood mogen we volgens hem echt niet missen. En ook dat is weer heerlijk. We vragen ons af waarom bijna alles in Italië zoveel beter smaakt dan in Nederland. Misschien is het dat vleugje “amore” dat de Italianen in hun eten stoppen……
Binnenkort meer adresjes.

























