![]()
Charles Philipponnat - Foto: Cuno van 't Hoff
Zaterdagmiddag vier uur, Mareuil-sur-Aÿ een klein dorpje middenin de Champagnestreek, net even ten oosten van Epernay. Het is bloedheet, heel Frankrijk is op vakantie en ik sta in een grote desolate hal te wachten.
Ik ben uitgenodigd door Charles Philipponnat, president van het gelijknamige champagnehuis. Het chateau is uitgestorven, monsieur “Le President” bewaakt in zijn eentje het fort. Vanaf een hoge brede trap komt Charles aangelopen, een kleine gedrongen man met een vrolijke uitstraling wil me hard lachend de hand schudden.
Op datzelfde moment klinkt een bel door de grote hal. Een jong stel staat voor de deur, smekend of ze naar binnen mogen om champagne te proeven. Charles lijkt onverbiddelijk, het is tenslotte vakantietijd en hij heeft de pers op bezoek. Totdat het meisje vertelt dat haar moeder - inmiddels overleden - verzot was op zijn wijnen. Het stel gaat over twee maanden trouwen en is speciaal uit Lyon komen rijden om de door haar moeder zo geliefde champagne te proeven. Charles smelt en binnen enkele seconden staan we met zijn allen en een heel bataljon champagnes aan een lange tafel.
Champagne maken is moeilijk. Eerst wordt een basiswijn vervaardigd, die door de hoge zuren bijna ondrinkbaar is, deze wordt samen met een klein schepje extra gist en suiker gebotteld. Hierdoor ontstaat een gisting in de fles en zullen de bubbels - mousse in champagnetaal - geboren worden. Na minimaal 15 maanden rijpen worden de flessen met de hals naar beneden in rekken geplaatst en langzaam gedraaid, waardoor de nu dode gistcellen naar de flessenhals zakken en zich daar ophopen.
Dan gaat het snel, de flessenhals wordt bevroren, de fles geopend en daar springt door de hoge druk het bevroren gistpropje de fles uit. Men voegt voor de smaak en het compenseren van de zuren een mengsel van suiker en wijn toe, waarna de fles wordt gekurkt. Klaar om te drinken.
De Fransman vindt altijd wel een gelegenheid om een fles Champagne, de bekendste mousserende wijn ter wereld te ontkurken. Nu wij nog.
Cuno van ’t Hoff
Verder lezen:
Champagne Informatie Centrum
(Dit stuk is eerder verschenen in NRC.next op 25 september 2006)

























