Van generatie op generatie heb ik het slagersbloed meegekregen. Dat betekent niet alleen vol overgave uitbenen en uitleven achter mijn hakblok, maar onder andere ook buiten opgaan in het vuurtje stoken en barbequen.
Toen we nog in Amsterdam woonden hebben we een keer een poging gedaan om in ons bescheiden achtertuintje te barbequen op een geïmproviseerd geval, bestaande uit een ‘U’ van een paar bakstenen met een roostertje erop. Nadat ik enigszins met de olijfoliefles was uitgeschoten over het te roosteren vlees, verstierde de buurman 2 etages hoger het culinaire eetfestijn. Een grote walm wuifde precies zíjn woonkamer binnen (en ook alleen bij hem). Hij bleek de boodschap van de indianenpluim niet goed te kunnen ontcijferen (zijnde: ... “ buurman, ook een koteletje?”). Hij interpreteerde het anders en bulderde naar beneden “Wegwezen, kan je niet barbequen?!”. Overigens, mijn koteletjes smaakten er niet minder om.
Dat moet je natuurlijk niet tegen een slager zeggen. Want bij elke gelegenheid om te stoken sta ik vooraan. Familie-barbeque? Ik hou de monden gevuld. Kampvuur in de natuur? Lekker purren met een stok. Open haardje? Geef mij de blaasbalg maar. Vrijgezellenovernachting op camping Zeeburg? Ik hou het lam wel draaiend aan ’t spit. Dat laatste is trouwens nog goed afgelopen. We hadden iets teveel gedronken, ja. En ook wat weinig geslapen, ja. De volgende dag was ik wat wazig. Ik had een groot spit geleend op een aanhanger, die ik achter mijn auto had vastgeklonken. Dacht ik. Een beetje neuriënd staarde ik op een gegeven moment in mijn achteruitkijkspiegel. Hee, dacht ik, ik word achtervolgd door een spit. Hee, dat was mijn aanhanger! Gelukkig raakte hij geen auto’s, en hij nam een flauwe bocht naar de buitenkant om zich vonkend over het asfalt in de berm te boren.
Vanaf nu houd ik me dus maar bij mijn Weber. En zal ik een paar barbequetips geven om je vlees optimaal te roosteren. (Als het te guur is voor de BBQ kan je je natuurlijk ook uitleven met je oven of grill.)
1.) Koop goed vlees, er mag zeker een vetrand aan zitten, dat geeft smaak!
2.) Haal je vlees tijdig uit de koelkast, zodat ze niet koud op het rooster terecht komen, maar op kamertemperatuur.
3.) Maak een mooie braise van houtskool. Steek het dus tijdig aan zodat je een mooie, dikke aslaag creëert! De gloed van de smeulende houtskool roostert het beste. Nog beter voor de aslaag en de smaak zijn wijnranken of olijfhout. Zodra er vet van je vlees valt dooft dit in de as en vat dit geen vlam.
4.) Smeer zowel je rooster als vlees in met (olijf)olie.
5.) Draai het vlees niet te snel om, maar wacht totdat de eiwitten zijn gestold. Het vlees laat dan vanzelf los van de BBQ. (De zwartverkoolde stukken zijn puur gif voor je lichaam!)
6.) Wees voorzichtig met grote stukken vlees (waaronder kip). De kans bestaat dat de buitenkant te snel kleurt en de binnenkant dan nog niet voldoende gaar is. Rustig aan dus, en plaats het rooster niet te dicht op de houtskool.


























Reacties (1)
Beste mr. Meat wat hebt u toch weer een zéér smakelijk en vermakelijk stukje geschreven. Mijn complimenten!
Mevrouw Gerritsen | 02 juni 2007 21:25