Sicilië, ach... wat een heerlijke herinneringen heb ik aan dat eiland. 4 jaar geleden hebben wij een vakantie vastgeplakt aan een bezoek aan een van onze olijfolie-leveranciers in Palermo. We waren meer dan welkom bij een goede vriend van hem, die in zijn huis een aantal kamers had in het plaatsje Custonaci, in een baaitje.
De oudere heer en vrouw des huizes, eigenaren van een van de grootste marmerfabrieken in de omgeving, ontvingen ons erg gastvrij. Elke morgen piepten we de tl-verlichte keuken in, waar we op een plastic tafelkleed ontbijt kregen van Mama: koffie uit een klein espressopotje op ’t vuur en koekjes om erin te dopen. Zij was dan al druk aan het koken. Het was net of we in een film terechtgekomen waren. De gesprekken verliepen met woordenboek, handen en voeten.
De eerste week werden we getracteerd op een keiharde warme wind, waardoor we hoge golven voor ons raam tegen de rotsen zagen stukslaan en een week lang alleen maar een overweldigende zeeruis hoorden en uit ons hemd waaiden. Custonaci is een klein, onvervalst Italiaans gehuchtje. Overdag was er geen kip te zien, maar ’s avonds laat flaneerden jong en oud langs de baai. Wij kochten verse vis bij een visafslag en mooie groenten op de markt, die we ’s avonds roosterden op de grote buiten-BBQ annex pizza-oven voor het huis, gestookt op wijnranken en olijfhout; wat een genot zo aan de zee. Alles smaakt daar zoveel beter, de tomaten zijn onvervalste smaakbommen, de geroosterde paprika’s heerlijk zoet.
Onze olijfolievriend is fervent duiker. Hij ging vroeg de zee op en kwam na een paar uur terug. Nogal stiekum werd een grote zeeduivel van boord gehesen, wat een angstaanjagend geval zeg. Die moet je niet tegenkomen op je surfplank. De volgende dag werden we gefeteerd op vol rituelen klaargemaakte couscous met zeeduivel (en veel graten en ‘botten’).
Later die week hadden ze een stekelvarken gevangen, die al snel in Mama’s stoofpot verdween. Ook hiervan mochten we later meegenieten.
Hij nodigde ons uit in zijn rubber speedboot en hij dook zee-egels op die hij aan de onderkant openmaakte en waarvan hij ons de binnenkant (felgele smurrie) te slurpen aanbood. Hoezo vers. Dit bleek later in een restaurant een delicatesse door de spaghetti.
Onze vriend gaf een tip van een man ergens in de bergen, bij de plaats St. Angelo di Brodo, die zelf op kleine schaal authentieke, gelijknamige worsten maakte. Hij had een afspraak voor ons geregeld, en op een afslag reden we achter zijn krakkemikkige kar aan de heuvels in. Uiteindelijk kwamen we terecht op een smal, hobbelig weggetje in een opmerkelijk geurig, fris, groen bergachtig landschap vol sinaasappelbomen. Samen met zijn zoon liet hij ons zien hoe hij in een kleine ruimte naast zijn huis het varkensvlees in stukken versneed, gekneusde peper toevoegde en de worsten stopte. Daarna bezichtigden we de ruimte onder het huis, waar in lange rijen aan touwtjes de worsten hingen te drogen. Door aan de voor- en achterkant gaas te hebben gespannen creëerde hij een optimale luchtcirculatie, temperatuur en luchtvochtigheid. Het huis lag daarvoor exact op de goede plek, aan de juiste kant van de berg en op de goede hoogte. De (goede!) schimmel zat aan de buitenkant, en er hingen handgeschreven labeltjes aan met de datum van productie. We werden daarna uitgenodigd boven bij zijn vrouw voor een glaasje wijn, waar we nog wat huis-tuin-keuken-Italiaans uitwisselden, een knullig A4-tje met info kregen en de overheerlijke worst konden proeven. Tot een bescheiden importlijn is het helaas (nog) niet gekomen, maar dit vergeet je niet snel.
Sicilië, we’ll be back!


























Reacties (2)
dat klinkt inderdaad als een film. Hoe puur mensen nog leven in kleine dorpen, geweldig
schmeg | 18 mei 2007 10:06
klinkt inderdaad als een film. Zo puur leven ze dan daar nog in die dorpen. Daar kunnen wij ons niks bij voorstellen hier in Nederland (en zeker niet in amsterdam)
schmeg | 18 mei 2007 10:06