Gisteren is in huize Family, feitelijk natuurlijk de tuin, het barbecue seizoen 2007 geopend. Barbecuen is mannenwerk! Waarom dat zo is? Daarover lopen de meningen uiteen. Volgens de een gaat dat terug tot de tijd dat het maken van vuur een taak was voor mannen gehuld in berenvellen. Overigens het beheren van het vuur was in die tijd juist een taak voor de vrouw. Volgens de ander is dat omdat de meeste mannen culinair tot weinig meer in staat zijn dan het omkeren van een stukje vlees of vis. En zelfs dat lijkt wel eens problematisch getuige de verkoolde kadavers die je wel eens van het vuur ziet komen.
Voor hen die het barbecuen als een serieus alternatief zien voor een traditioneel diner in plaats van een excuus om ongelimiteerd, liefst in andermans tuin, in stuitende kleding liters bier tot zich te nemen, hierbij een aantal stelregels voor een heerlijk barbecue festijn.
1. Als je sauzen wilt bij je gerechten maak die dan tenminste zelf en liefst niet op basis van eieren (mayonaise) !
2. Neem geen kant-en-klaar schotels van de slager of supermarkt maar koop je vlees of vis apart en marineer die eventueel.
3. Ook groente is heerlijk als je die even grilt en vervolgens met wat olijfolie serveert.
4. Zorg er voor dat je alle voorbereiding ’s morgens al gedaan hebt want tijdens de barbecue komt het er meestal niet meer van.
5. Start vroeg. Het aanmaken barbecue en bereiden van de gerechten kost altijd meer tijd dan je denkt.
Tenslotte het, tot nu toe geheime, recept van mijn echtgenoot voor de toepassing van regel 1.
Verwarm in een droge koekenpan een paar kruidnagels, wat steranijs, kardamonpeulen, venkelzaad, zwarte peperkorrels, kleine gedroogde rode pepertjes (piripiri), en pimentkorrels. Ze moeten warm worden zodat ze meer smaak afgeven maar laat ze niet verbranden. Doe deze kruiden vervolgens in een vijzel en maal ze tot poeder. Doe dit kruidenmengsel in een steelpan en voeg daarbij ketjap manis, sojasaus, Thaise vissaus (nam pla/น้ำปลา), en wat hoisin saus. Breng het geheel aan de kook en laat het vervolgens op een laag vuur inkoken. Proef de saus want alle smaken (zoet, zuur, zout en pittig) moeten te herkennen zijn. Laat de saus afkoelen en serveren hem bij gegrilde kippenpootjes, -vleugeltjes, -filetjes of -dijen. Smakelijk smullen.

























