Ik lag met jou in hetzelfde bed.
We sliepen wel rechtop.
Jij stak er net wat bovenuit:
vandaar jouw blauwe kop.
‘k Was stapel op jouw lange lijf,
dat mag je nu best weten.
Ik vond jou echt een reuze-wijf:
gewoon om op te vreten.
Laatst droomde ik de hele nacht
aan één stuk door van jou.
Jij werd mijn bruid, mooi in het wit,
omdat ik van sleepasperges hou.
Plots werd mijn droom heel bruut verstoord
Ik bloeide aan m’n kuiten.
We werden allebei vermoord
door zo’n hovenier.... van buiten.
We werden in een kist gelegd
en spoedig daarna gewassen.
Mijn rug was krom, de jouwe recht,
jij werd dus Eerste Klasse.
Wat wreed toch van zo’n hovenier
ons zó uiteen te rukken.
‘k Heb jou daarna nooit meer gezien,
want ik lag bij de stukken.
Weet je wat ik het gekke vind?
’t Is eigenlijk heel stom:
terwijl óns leven in de grond begint,
is dat bij de mens nét andersom.
© Paul Asselbergs


























Reacties (2)
Nu heb ik eens iets voor jouw.
Gr, mam
Josien Lagemaat | 20 april 2007 12:32
genoten van alle gedichten. en vanmiddag weer in het Zwijnshoofd.Ik kijk uit nar meer bedankt met de meeste hoogachting, clara
c.v.d.zwan | 15 februari 2009 18:10