
foto: robvandervet.nl
Een rij openlucht eethuisjes langs de Suriname-rivier. Van Creools tot Chinees, van Javaans tot Hollandse patat: langs De Waterkant in Paramaribo vind je de complete Surinaamse keuken. En de culi-strook is een verzamelplek voor locals en Lieve Lita’s.
Harold heet hij. Een mooie lange neger, goedlachs en met dorst, veel dorst.
Voor hem staan drie lege djogo’s; literflessen Parbo-bier. Ernaast ligt een half aangegeten portie bami met bakabanana en pindasaus.
Het is woensdagavond.
We zitten langs De Waterkant in Paramaribo.
Een openlucht restaurant onder schaduwrijke amandelbomen met verschillende eethuisjes waar je al het fijne uit de Surinaamse keuken kunt proeven. Van creools bij Inez en kip bij Chung Kee’s Fried Chicken (‘Lekker Patat’) tot Javaanse halal-hapjes bij Soemi, waar vooral de kippensoto een attractie is. En langs De Waterkant worden liters djogo’s uitgeschonken.
Het Suri-smikkelparadijs is vooral een ontmoetingspunt voor localo’s. Toeristen blijven hangen rond de eethuizen en cafés rond Hotel Torarica en op het Leidseplein bij ‘t Vat.
Daar wil Harold ook naartoe.
Hij is morgen vrij, vertelt hij, en heeft trek in een blond Nederlands meisje.
Het aanbod daarvan is in Paramaribo groeiende sinds stagelopend Nederland de genoegens van Suriname heeft ontdekt.
Er zijn meisjes van hotelscholen, meisjes van pedagogische academies en meisjes die geneeskundig doen.
Harold kent ze allemaal, maar steeds als hij zo'n tranga smatje aanspreekt, loopt die geagiteerd weg of keert zich beledigd om.
Snapt hij niet.
Wat doet hij verkeerd, schouderophaalt hij.
“Ik overlaad die sweeties met complimentjes, weet je. Ik maak kusgeluidjes en zeg hallo poppetje, en dan kijken ze boos.”
We begrijpen het direct.
“Nederlandse meisjes houden er niet zo van om poppetje te worden genoemd”, verduidelijken we.
Harold fronst een vraagteken en neemt een slok Parbo.
“Enneh: hé schatje, wat heb jij een stoere kont... Dat kan dan zeker ook niet.”
“Nee”, zeg ik, “dat is ook niet echt een voltreffer.”
“Wat is eigenlijk een stoere kont”, vraagt Rob. Als fotograaf is hij altijd in voor details.
“Weet je dat dan niet jongen”, glimlacht Harold, en hij grijnst een rij parelwitte tanden met een gouden inzetje bloot.
“Kijk”, zegt hij, wijzend op een Hindoestaans meisje dat langs De Waterkant heupwiegt. “Zie je dat smatje daar, ja, zij daar in die jeans en dat strakke topje. Zie je haar mooie strakke billen, dat is een stoere kont, oe, wat een spange tanga zeg, die billen maken haar helemaal aan het praten man."
"Een sexy kontje dus."
"Nee jongen, geen sexy kontje. Bij een sexy kontje zie je die string lekker in haar billen kruipen. Een stoer kontje heeft meer klasse.”
Spange tanga, sexy kontje, lekkere slip: Rob besluit een paar djogo’s te bestellen.
Dit wordt een leerzame avond.
“Harold”, stel ik intussen voor, als hij enigszins tot bedaren is gekomen, en het smatje uit zijn gezichtveld is verdwenen. “Als je nou eens wat minder over poppetjes en kontjes tegen die Nederlandse meisjes begint, maar het gewoon eens probeert met een gesprek.”
Harold kijkt geschrokken.
“Ja, een gesprek. Vraag wat zij doet in Suriname. Wees geïnteresseerd, en luister nou eens naar haar en niet naar je pik. Besluip haar met woorden zoals een tijger een prooi.”
“Haar besluipen als een tijger", herhaalt Harold. "Man, dat is mooi, maar weet je, ik wil gewoon recht op die sappige poenta af. Jullie in Amsterdam hebben die cuties helemaal verkeerd afgericht. Wat moet ik met woorden terwijl ik mijn lichaam kan laten spreken. Ik wil ballen met die sma."
Ik kijk naar het lichaam van Harold en begrijp hem volkomen.
Rob zet drie djogo’s op tafel en we klinken.
“Ik moet dus sluipen”, zegt Harold na een ferme slok.
“Jij moet sluipen Harold”, herhalen we. “Vertel ons morgen hoe het is gegaan.”
“Zeker weten, jongens, dank je, chill.”
Harold drinkt zijn fles leeg en verdwijnt in het donker. Wij bestellen soto bij Soemi en frietbakjes creools bij Inez.
De volgende avond houden we als Lieve Lita weer spreekuur langs De Waterkant.
Maar hoeveel Parbo’s, stoere kontjes en smatjes ook voorbij komen, geen Harold.
Wel schuift Clarence bij ons aan.
Een mooie lange neger.
Hij heeft een probleem met Nederlandse meisjes, vertelt hij. Steeds als hij ze complimentjes maakt, draaien ze boos van hem weg.
Het wordt wederom een leerzame avond.

























