
De Tibetaanse mister Meat
De Franse ontdekkingsreizigster Alexandra David-Neel wist als eerste westerse vrouw het toen nog mysterieuze en onbedorven Tibet binnen te komen. Niet alleen maakte zij daar kennis met het boeddhisme, maar ook met de wel zeer bijzondere Tibetaanse keuken. Zij schreef haar culinaire ervaringen op en die liggen nu –meer dan tachtig jaar later- gebundeld voor drie euro bij de Slegte. Maar dat maakt het kookboek niet minder interessant en ik denk bovendien dat het een hoog masculinair gehalte heeft: veel vlees, weinig fratsen. Een paar jaar geleden mocht ik zelf ook kennismaken met de Tibetaanse keuken en het belangrijkste ingrediënt daarvan: de yak. De geur en smaak van deze imposante beesten vind je overal in Tibet terug. Ook op momenten dat je er niet op zit te wachten.
In een ruig en onherbergzaam landschap als dat van Tibet moet je zuinig met je vee omgaan. De Tibetanen doen dat dan ook nog steeds trouw, ondanks de grote veranderingen (zoals vervuiling) die de komst van de Chinezen met zich heeft meegebracht. De yaks, de grote pluizige knuffelrunderen die je zelfs op het basecamp van Mount Everest aantreft, zijn met hun dikke vacht perfect bestand tegen de snijdende kou in de winter. Met hun kleine hoefjes klauteren ze met gemak door het bergachtige landschap, ze hebben minder voedsel nodig dan een koe en aan het leven op grote hoogte zijn ze al duizenden jaren gewend. Zoals gezegd gaan de Tibetanen dan ook heel zuinig met hun trouwe metgezellen om: er gaat niets van het dier verloren. Zelfs de mest van de yaks wordt tot een soort pannenkoekje geplet en gedroogd en als een soort briket gebruikt om de huizen warm te stoken.

Van de yakmelk maken de Tibetanen grote klompen boter die ze –om het even plat te zeggen- overal doorheen donderen. Mijn eerste “kopje thee” in de hoofdstad Lhasa zal ik dan ook niet snel vergeten. Terwijl ik mijn neus vol enthousiasme boven het theekopje hing om de geur van thee op te snuiven, waande ik mij ineens bij de olifanten in Artis. De yakboter smaakt m.i. namelijk naar beest en dierentuin, anders zou ik het niet kunnen omschrijven. De nieuwsgierige Tibetanen die zich om ons heen hadden verzameld konden hun lol niet op toen ze ons weinig enthousiast van onze “thee” zagen nippen.
Het yakvlees is van een zeer goede kwaliteit. Het bevat weinig vet en is heel sappig. De Tibetanen eten het niet alleen vers, maar zijn ook dol op gedroogd vlees. In het kookboek van David-Neel staan hele “boeiende” recepten met yakvlees, zoals bloedsoep, bloedworst en chayip. Chayip is het best te omschrijven als vlees van een dier dat een maand lang begraven heeft gelegen en daarna weer is opgegraven. Eet smakelijk!
Alexandra David-Neel, Tibet aan Tafel, uitgeverij Sirius en Siderius


























Reacties (2)
Nou Miss Health, dat klinkt me exotisch in de oren. Snel dat naslagwerk halen, hebben we weer een boeiende aanvulling op ons assortiment. Voor ieder wat wils, wie weet doen we er klanten een plezier mee met de Kerst.
Mrs Meat | 15 december 2006 13:23
Het zou dan wel leuk zijn als jullie de winkel ook zo zouden inrichten als op de foto..... Ik zie Mister Meat al helemaal zitten achter zo'n tafel met vlees!
Miss Health | 15 december 2006 13:38