![]()
Voorgaande jaren trokken wij naar Normandië met onze twee zonen om aldaar bij een gebrek aan zon de stranden af te grazen op zoek naar kokkels voor een fijn avondmaal. Dat er van deze sprokkeltocht in Frankrijk ook een – betere – Nederlandse variant bestaat was mij tot twee weken terug nog onbekend. Toen trokken wij namelijk, inmiddels met drie zonen, voor een kampeervakantie in eigen land naar Vlieland.
Volgens ingewijden is Vlieland het perfecte eiland om te onthaasten. Een manier om dat te doen is zelf op zoek gaan naar de ingrediënten voor een heerlijke maaltijd. Vooraf dachten we er goed aan te doen eerst het lokale informatiecentrum te bezoeken voor advies. Maar daar keek men toch redelijk vreemd op van onze vragen en besloot men met de waarschuwing dat we toch zelf verantwoordelijk waren indien we ziek zouden worden van het eten van zeevruchten. Tja, dat krijg je in culinair achtergestelde gebieden.
We besloten zelf maar de stoute schoenen, in dit geval laarzen, aan te trekken en trokken bij eb naar de wadden kant van het eiland. Na een glibberige klim over de dijk braken we haast onze nek over de absurde hoeveelheden (Japanse) oesters die er voor het oprapen lagen. We hadden onze twee oudste zonen voorzien van een emmertje maar die waren na vijf minuten rapen al helemaal vol. Wat een feest. Vervolgens groeven we met een oesterschelp de bovenste zandlaag weg op zoek naar kokkels. Ook die zijn in grote getale en groot van omvang te vinden. Als laatste scharrelen we nog een paar handen alikruiken bijeen.
‘s Avonds hebben we in en voor het tenthuis met vrienden een feestmaal aangericht. Bij de borrel de kort gekookte alikruiken en daarna eten we als voorgerecht een heerlijke Oyster Chowder. De kokkels gebruiken we als vongole voor een gelijknamige spaghetti schotel.
De zee geeft en de zee neemt. Op Vlieland wordt meer gegeven dan genomen.

























