Kokkels en mossels
Dit is het laatste deel, in een reeks van drie, over het (op)voeden van mijn kleine grut. Met andere woorden hoe leer ik ze eten en daarbij, hoe leer ik ze wat lekker is? In voorgaande editie deed ik een boekje open over camoufleren en wat daar bij komt kijken. Dit keer maak ik gebruik van de natuurlijke instincten die ook bij de kleintjes al in de genen schuilt. Zoals iedereen wel weet stammen wij van een cultuur af die gekenmerkt werd door jagers en verzamelaars. Niet iets om de kleinsten mee lastig te vallen maar wel verdomde handig als je in de buurt van een schelpenkust op vakantie bent en het weer houdt niet echt over.
We waren op vakantie in Normadië en ondanks het gebrek aan zon al vroeg op pad naar het strand. De zee was niet te bekennen, want flink eb, maar het strand wemelde van de mensen met emmers, harkjes en schepnetten. Al snel bleek dat men emmers vol met kokkels aan het verzamelen was. Snel even bij de plaatselijke middenstand een soortgelijke uitrusting aangeschaft voor man en kinderen en toen aan de slag. De kinderen even uitgelegd dat alleen dichte schelpjes voor een plekje in de emmer in aanmerking komen en twee uur later had ik het belangrijkste ingrediënt voor heerlijke pasta in een emmer voor me staan.
Bij thuiskomst werden de kokkels nog even gewassen en gecontroleerd door de jongens om vervolgens met spekjes, tomatensaus en de spaghetti in hun hongerige maagjes te verdwijnen. Sindsdien weet ik dat als ik mijn kinderen maar betrekt bij het maken van eten het nuttigen ervan bijna vanzelf gaat.

























