
foto: robvandervet.nl
Een huiveringwekkende stinkbom.
De koning van het fruit.
Oftewel: de doerian.
Het is juni en tot augustus betekent dat in Maleisië: doerianseizoen. En dat kun je zien op het eiland Penang. Rond het dorpje Titi Kerawang hangt het koningsfruit overal hoog in soms veertig meter hoge bomen. In elke bocht wachten doerianstalletjes.
Stoppen dus, onmiddellijk.
Onze gids kijkt ons argwanend aan.
“Uuhh... willen jullie echt doerian eten?”
We hebben de deur van zijn minibus al open geroetsjt en lopen naar een stalletje waar drie Maleisische mannen ons glimlachend opwachten.
Onze gids roept hen vanuit de verte iets toe dat hen nog meer voorpret geeft.
Dus wij willen doerians eten, gnuift de meest lefgozerige van het drietal.
Wij knikken.
Hij draait zich uitnodigend om naar zijn stal.
We tellen dertig doerians.
Met hun doornige stekels ogen ze als olijfgroene egels. 1,5 kilo wegen ze gemiddeld. De zware jongens doen maximaal acht.
“Hebben we een voorkeur voor een bepaalde kwaliteit?”
Ik rep iets over D1 en D24, een verhaal dat een inwoner van Ipoh me eerder op de mouw heeft gespeld. Volgens hem representeren die cijfer- en lettercombinaties de beste kwaliteit.
De verkoper lijkt geïmponeerd. Zijn licht spottende blik krijgt iets belangstellends.
Ik ben een kenner, begrijp ik. De D1- en D24-doerians hangen met draden aan de bomen. De andere mogen gerust een kort zwaartekrachtreisje maken, voordat ze na enkele meters worden opgevangen door netten die tussen de bomen hangen. Maar helaas, vandaag zijn er geen D1 en D24 in de aanbieding. Wel een andere kwaliteit, nummer 2.
Nou, snij maar open die dan, gebaren we.
Hij pakt een klawang en splijt de doerian in tweeën.
Voor ons ontbloot zich puddingachtig vruchtvlees in verschillende schakeringen geel.
In een van de vruchtkamers ligt een soort embryo te weken.
De mannen kijken ons nieuwsgierig aan, vooral als we onze neus in de doerian stoppen.
Nu moeten wij, twee boelehs uit belanda, twee buitenlanders uit Nederland, toch echt ieder moment groen en grijs gaan zien en gaan kokhalsen?
Maar dat braakvermaak blijft uit.
De legendarische stank van de vrucht berust op tropenmarketingverhalen, constateren we. Okay, we ruiken een snufje zwavel met een topnoot van rotte uien en terpentijn, maar meer is het niet.
"Kaas", zegt fotograaf Rob, "tenenkaas."
"Smeerkaas", vul ik aan.
En zo smaakt het vruchtvlees ook. Als romige smeerkaas met iets van vanille, amandelen en ananas en een gratis knoflookachtig bijsmaakje achteraf.
Nog een doerian proberen, vraagt de verkoper.
Ja hoor, knikken we.
Vooral Rob toont zich een groot liefhebber.
Onze omstanders begrijpen er niks van. Normaal rennen boelehs al weg als ze een doerian zien. Maar leuk vinden ze onze doerian-ontmaagding wel.
De tweede smaakt ons evenwel beduidend minder.
Doorslikken kost moeite.
“Kwaliteit nummer tien”, zeg ik.
De mannen slaan elkaar op de schouders en lijken het te begrijpen.
Onze gids krijgt ook weer praatjes.
“Een doerian maakt je lichaam heet en is goed voor your brother”, zegt hij.
"Mijn broer?"
De hilariteit galmt langs de bomen.
Onze gids en de verkopers besluiten voor de gezelligheid ook maar een hapje doerian te nemen en beginnen steeds meer jongensachtig te geinen.
“In ons land is een gezegde", vertaalt de gids met besmuikt gezicht, "wanneer de doerians vallen, gaan de sarongs omhoog.”
Weer krijgen Rob en ik vraagrimpels, en weer schateren de andere mannen het uit.
Dan valt het kwartje.
Van een doerian krijgen mannen in Maleisië een flinke bobbel in hun broek. De vrucht is goed voor hun potentie, geloven ze. Als die bobbel na het eten van een doerian uitblijft, moet je niet doerians blijven eten, want je bent niet de eerste die na een doerian-overdosis verhit of met een hartaanval in het ziekenhuis beland.
Doerian is zeer hitsig fruit.
Wij rijden verder en de gids vertelt over doerianijs, doeriansnoep en doeriancurry, en doeriandesserts.
Onderweg ondergaan we in restaurantjes en winkeltjes alle variëteiten gedwee. De een met meer tegenzin dan de ander. Bang voor een overdosis zijn we niet. Maar gaandeweg de dag krijgen we het wel allengs warmer.
Onder mijn oksels kleven zweetplakkaten, en ik krijg een lichte kriebel in mijn onderbuik die mijn ogen onrustig over straat doet lonken en loeren.
Zou het dan toch waar zijn?
Maar nee, een bobbel in mijn broek ontbreekt.
Ook het kruis van Rob vertoont weinig roering.
Onze gids ziet de onrust in onze ogen en is minder gerust.
“Het doerian effect”, lacht hij, terwijl hij de minibus een zandweggetje instuurt. “Daarvoor bestaat slechts een medicijn.”
De auto stopt voor een schuur.
Een fraaie Hindoestaanse wacht hem op en beiden verdwijnen.
Wacht eens even, we zijn toch niet gestopt voor een bordeel ofzo. In dat soort medicijnvrouwtjes hebben we toch echt geen trek.
Dan komt onze gids terug.
In zijn handen houdt hij een zakje met op het eerste gezicht paarsbruine tennisballen.
“Mangosteen oftewel mangistan”, zegt hij. “De koningin van het fruit. Werkt verkoelend op de koning.”
"En op onze broer", jolig ik.
De gids kruipt met een grijns achter het stuur.
We pellen de harde schil en zien wit fruit dat als mandarijnpartjes aan elkaar kleeft.
Mangosteen smaakt naar aardbeien en druiven en smelt op de tong.
Maar zelfs vier mangosteens doen ons gezweet niet verminderen.
Niks geen erectiefruit, we hebben gewoon de zon in onze bol.
De hoogste tijd voor een ijsje, vinden we.
Vanille, frambozen of toch maar doerian.
Reacties (4)
Hoi Mr. Global. Ik vind het fantastisch dat U voor Mr. Kitchen de hele wereld over reist en Uw verhalen kleuren mijn week. Maar in Maleisië moet U toch een verstopte neus hebben gehad. Doerian, dat is toch de hel voor elke neus?
Gert | 09 juli 2006 02:39
Hoi Gert,
Fijn dat ik je week kleur. Mijn neus functioneert evenwel prima. Ik mag die geregeld in de parfum- en wijnwereld steken. Waar heb je zelf een helse doerian-ervaring gehad? In Maleisië smaakt en ruikt wellicht alles lekkerder.
Mr. Global | 09 juli 2006 11:37
Mr. Global. Uw neus in de parfum- en wijnwereld steken? Wat is dat voor bijzonder exemplaar die zo goed ruiken kan, maar toch een doerian overslaat. Misschien was het de stankoverdaad die uw neus blokkeerde?
Gert | 12 juli 2006 11:49
Hoi Gert,
Ik heb een megakokkerd. Cyrano zou mij uitlachen en Pinokkio ook. Wel lastig in het voorjaar met al die hooikoortsstofdeeltjes in de lucht, maar handig in de zomer. Als parasol voor mijn buik. Misschien lag het daaraan. Te veel voorjaar in mijn gok.
Mr. Global | 12 juli 2006 21:15